Kortverhaal over mijn keizersnede

, 1.508 keer bekeken

Door Lara op 22/03/2007 - 11:40:

De geboorte van Kaatje: – 21 november 2005

“Kebab?”
Pff... Nee, toch maar niet.
Ik lig op de zetel bij mijn schoonmoeder en voel me echt doodmoe. Tijsje rent van de woonkamer naar de keuken en terug. Ik wil me steeds maar recht krijgen om mee te spelen met zijn mooie autootjes, maar ik kan het voor dat lieve ventje echt niet meer opbrengen.
De laatste nachten slaap ik echt heel moeilijk. Ik ben mijn dikke buik niet beu, maar kots-, kotsbeu. Enfin, niet zozeer de buik, dan wel de ongemakken door de slechte buikspieren. Mijn schoenen zelf toedoen, iets oprapen op de grond, me omdraaien in bed: het is allemaal niet meer evident.
En vandaag voel ik me súpermoe. Schoonmoeder Leen denkt de juiste datum van de keizersnede te weten omdat ze gehoord heeft dat keizersneden steeds op maandag worden uitgevoerd. “Ja, ja, meisje, morgen is het zover”, klinkt het betweterig uit haar mond.
Mooi niet, misschien is dat hier het geval, maar niet waar ik “verlost” zal worden. Daar gebeuren de sectio’s op donderdag. Nog 4 keer slapen en het is onze beurt.
We laten de schoonmoeder in de waan en lachen een beetje met haar mee: “Nee joh, geen kebab, dat bekomt niet goed op de operatietafel.”
Wie had door dat ze het toch nog bij het rechte eind had?

Als ’s avonds de beloofde dagelijkse massage is afgelopen, begin ik toch een beetje te geloven dat ze misschien gelijk gaat krijgen. Hoewel, die ongemakken waar ik mee zit, de gespannenheid en de harde buiken zijn de laatste weken zo vertrouwd geworden dat ik het niet eens opmerk wanneer ze af en toe eens wat vervelender worden. We maken in elk geval nog wat fotootjes van mijn dikke buik. Want de nacht ervoor had ik gedroomd dat de bevalling eraan kwam en ik plots besefte ik dat ik geen buikfoto’s meer had gemaakt.
De reacties van de forumvriendinnen op het zien van de foto’s lopen uiteen van: “wat zie je er nog goed uit”, “Wat zie er je zo moe uit” tot “Dat gaat niet lang meer duren!”
Ik weet niet wat ik ervan moet denken en besluit de warmwaterzak klaar te maken en toch maar richting bed te gaan.
Eén kussen onder de buik, één kussen tussen de knieën en met het donsdeken dat de warmwaterzak tegen mijn bekken klemt, zoek ik mijn slaap. Maar zoals gewoonlijk kan ik die niet dadelijk vinden. Geen harde buiken meer, eerder een zeer ongemakkelijk gevoel. Zou dit weer een teken zijn dat ik naar het “groot toilet” moet gaan? De laatste dagen leken beginnende contracties opgelost te raken door een dergelijk wc-bezoek.
Terwijl ik naar de badkamer loop, bedenk ik me dat ik pas nog gelezen heb dat darmen die zich leegmaken een signaal zijn van een naderende bevalling. Eigenlijk hoop ik er stiekem op. Maar aan de andere kant ben ik ook bang. Doodsbang. Ik zie mezelf nog liggen op de operatietafel bij de keizersnede van Tijs. Al kon het me toen, na een loodzware arbeid waarbij ik bijna 4 uur met volledige ontsluiting had gepuft, allemaal niet veel schelen dat ze me vastbonden of dat ze me in slaap deden. Als hij er maar uit was!
Nu zag het er anders uit. Woensdagavond om 20 uur word ik verwacht op de materniteit, waar ik na een ongetwijfeld slapeloze nacht donderdagmorgen om 8 uur het operatiekwartier zou worden binnengereden. Het haar op mijn benen komt recht omhoog als ik eraan denk.
Auw, pijn... Ohhh, shit, zeg. Ik zou echt eens goed moet kunnen drukken maar in welke houding ik mij ook zet, het lijkt me niet te lukken. Vreemd genoeg heb ik zin om daarbij recht te staan. Is dit de indaling? Zijn de darmen zich toch aan het reinigen? Gaat het toch vannacht al beginnen? Moeten we Tijsje deze nacht wegbrengen? Gaat mijn eigen gynaecoloog de operatie wel kunnen doen? En vooral: is er een anesthesist aanwezig ’'s nachts zodat ik niet onnodig af moet zien?
Lara! Meisje! Stop met denken! Wat komt, komt toch.

Ik besluit terug naar beneden te gaan waar Ben me stomverbaasd aankijkt. “Gaat het niet?”
Mompelend begin ik rondjes rond de livingtafel te maken. En opnieuw en opnieuw… Misschien schieten mijn darmen dan in gang?
We zijn intussen middernacht. Ben zit opnieuw rustig wat computerspelletjes te spelen en lijkt mijn ongerustheid niet op te merken. Zoals gewoonlijk blijft hij onder alle omstandigheden koel en omdat hij mijn klaagzangen van de laatste dagen al vanbuiten kent, ziet hij niet direct wat er aan de hand is. Tja, wat is er aan de hand? Ik weet het zelf niet.
Ik ga terug naar boven… Op het toilet gezeten, blijken mijn wandelingetjes hun vruchten af te werpen. Terug in bed vind ik echter niet de gewenste rust. Lap, een harde buik. Geen erg… Maar even later is het weer van datte. En even later alweer!
Met een bang hartje kijk ik op de klok. Angstvallig wacht ik de volgende harde buik af en jawel, 10 minuten.
Pas op, Lara, dat kan toeval zijn! Nog even wachten...
Yep, 10 minuten later weer van datte. Of toch niet? Als de contractie voorbij is, twijfel ik of het echt wel een contractie was. Beeld ik het mij niet in? En is het echt wel erger dan gewoonlijk? Ja, toch wel. Ook de regelmaat zit er duidelijk in. Ik haal es diep adem en trek naar Ben. “Ben, ik heb de hele tijd harde buiken...”
Ben blijft nog steeds even rustig: “Denk je dat het begonnen is?”
Ik schud mijn hoofd. “Het doet wel wat pijn, maar ik heb de indruk dat ze harder zouden moeten zijn.”
Ben sust me en raadt me aan om nog wat te slapen. Hijzelf gaat in het bed in de nieuwe kinderkamer liggen want dat is de laatste tijd de traditie geworden. Ik moet plaats hebben om te rollen in bed. Daarbij kan ik er absoluut niet tegen dat hij lekker rustig ligt te slapen en ik de slaap niet kan vatten. Ik jaag me zo fel op in het feit dat ik niet uitgerust zou zijn, mocht de bevalling beginnen, dat ik hem altijd preventief de andere kamer opstuur. Vannacht is dat niet anders.

Neen, de slaap kan ik niet vatten. Veel te zenuwachtig. Mijn paniekgedachten worden continu onderbroken door pijnlijk harde buiken. En maar op de klokradio kijken... Ja, ja, telkens 10 minuten. Het is ongeveer 2 uur als ik tot de conclusie kom dat er echt geen ontkomen meer aan is. Het is zover. Het is begonnen. Het staat te gebeuren.
God, niet te geloven! Wat gaat dit geven? Hoe gaat dit allemaal verder verlopen?
Rustig blijven, Lara. Zó pijnlijk dat ze niet meer te houden zijn, is het nog niet. Doe zo maar een beetje verder en voor je het weet, is het ochtend. Dan kan je Tijsje rustig uit bed halen, zo normaal mogelijk tegen hem doen en hem rustig naar opa en oma brengen. Ja, zo zal het gaan verlopen.
Toch nog maar eens naar het grote toilet. Ja, opnieuw gelukt om een pakje te droppen. Mijn darmen zijn zich echt aan ledigen. Voel ik dit nu goed? Ter hoogte van mijn maag voel ik heel duidelijk een onderbeentje van knie tot voetje. Ik roep stilletjes “Ben”, maar die hoort me niet. Wat is me dat voor een beweeglijk kind, niet te doen. Die wil er duidelijk uit.
Rustig blijven, is nu de boodschap. En raar maar waar, dat lukt ook nog redelijk goed. Ik ben echt zo moe dat ik af en toe in slaap val tussen de contracties door. Net daardoor blijf ik twijfelen of het wel echt in gang is geschoten. De regelmaat die nu al enkele uren duurt, bevestigt echter steeds opnieuw mijn vermoeden.

Om 4 uur begin ik echt te panikeren. Wat als mijn gynaecoloog er niet is? Krijg ik een vreemd iemand die mijn verhaal niet kent? Zouden we toch niet beter stilletjes aan vertrekken? Ik besluit naar Ben zijn kamer te gaan en hem te wekken. “Ben, ik denk écht dat ik weeën heb.”
Ben zit onmiddellijk rechtop in bed. Klaarwakker. Met een zenuwachtig stemmetje hoor ik hem vragen: “Echt, meent je dat? Wow, zeg. Wat moeten we nu doen?”
“Kom maar even bij mij in bed, dat ik dat daar niet alleen moet meemaken. Ik ben bang, Ben.”
Hij tracht me gerust te stellen maar is zelf zo opgewonden dat dit uiteraard niet lukt. En toch sukkelt hij na een half uur waken in slaap. Ikzelf heb - in mijn hervonden koelbloedigheid –besloten om tot een uur of 6 te wachten en het er dan op te wagen. Rond half 6 knippen we het licht aan, zoeken de laatste spulletjes voor de koffer bij elkaar, en gaan naar beneden.
Ik moet het ergens kwijt. Dus zet ik de computer aan en op de drie forums waar ik meeschrijf, zet ik de mededeling dat we naar het ziekenhuis gaan.
Als Ben Tijsje wil gaan ophalen, besef ik dat er geen weg terug is. We gaan ervoor. Waarschijnlijk komt vandaag zijn zusje! Goh... Wauw... Sjiek!
Met een bonzend hart bel ik mijn moeder wakker. “Ma, ik denk niet dat het voor vandaag is, maar we gaan voor alle zekerheid es aan de monitor hangen. Is het goed als we Tijsje direct brengen?”
Ook mijn moeder is onmiddellijk in staat van paraatheid. Even zenuwachtig als dochterlief. Ik weet wel van wie ik dat overdreven angstige karakter heb.
Als Tijsje beneden is, doe ik zo gewoon mogelijk. Al beseft dat kleine, snuggere ventje ook wel dat er iets niet in de haak is als ik het Ploplied al om 6 uur ’s ochtends - terwijl het buiten nog pikkedonker is - zit te zingen voor hem. Jasje aan, schoentjes aan, flesje krijgt hij wel bij oma. Alles gaat nu heel snel. Ik trek mijn jas aan en kijk nog even rond in de keuken. Ben ik hier straks terug? Of zal het pas over een week zijn? Met een bang hart trek ik de deur achter mij dicht.
Ook bij oma laten we het afscheid niet te lang duren. We spelen even een toneeltje alsof er geen vuiltje aan de lucht is maar bij het kusje en knuffeltje geven, voelt Tijsje volgens mij dat mama niet is zoals gewoonlijk. Hij begint te wenen en wil niet dat we weggaan. Van mijn hart een steen gemaakt en de auto in. Pas daar kom ik tot mezelf en word de opgewondenheid weer vermengd met een onstuitbaar angstgevoel.

Onderweg naar het ziekenhuis besef ik dat dit de eerste en waarschijnlijk laatste keer is dat Ben en ik samen naar het moederhuis rijden om een kindje te kopen. Bij Tijsje dacht ik ook dat het vals alarm was en reed mijn schoonvader mij naar de monitor. Toen het dan toch zo ver bleek, is Ben onmiddellijk afgekomen.
Op de lege parking aangekomen, begint mijn maag zich om te keren. Bij de planten geef ik over. Goh, wat een pokkestress. Ik wil dit niet. Ik wil dat het voorbij is. Ik wil ze in mijn armen hebben en verder geen zever. Nogmaals geef ik over. Ben staat er onbeholpen bij. Moet hij me vastpakken? Moet hij me gerust laten?
Ik begin naar de lift te lopen waarop hij volgt. Boven gekomen horen we van de glazenwassers die in het pikkedonker bezig zijn, dat de hoofdingang nog niet open is. Tuurlijk niet, het is nog geen 7 uur. Terug de auto in. Kunnen we wel met onbetaald parkingticket terug buiten? Ja, oef. Naar de spoedingang dan.
Ik kan mijn stress niet beschrijven op het moment dat we het ziekenhuis binnenstappen. Wat moet ik mijn moed hiervoor bij elkaar rapen. En toch doe je het, je kan niet anders. Oh, wat ben ik toch een stomme angsthaas. Al van toen ik een kleuter was, was ik doodsbang voor dokters. Ik herinner me dat ik ooit vastzat met mijn vingertje in een speelgoedtelefoontje en dat mijn pa het onding met een tang heeft moeten losknippen. Sindsdien durfde ik geen ring meer te dragen. Ik herinner me ook nog dat ik keihard wegliep als de huisarts aan de voordeur stond en ik daarmee de deur tegen mijn klein broertje zijn hoofd sloeg.

“Ik denk dat ik weeën heb,” hoor ik mezelf zeggen tegen de vrouw aan de balie. Ze wijst ons de weg naar het verloskwartier en de eerste persoon die we daar tegenkomen, is mijn eigen gynaecoloog. Oef! Wat een geluk. Maar ze lijkt niet blij om me te zien. Ik weet dat ze pas in de namiddag spreekuur heeft en het ziet er dus naar uit dat ze een nachtelijke bevalling achter de rug heeft.
“Ik heb zo’n idee dat er iets aan het gebeuren is. Ik kom eens laten controleren of het toch niet voor vandaag is,” zeg ik tegen de vroedvrouw wiens ouders tegenover mij wonen. Het doet me toch goed dat al die vertrouwde gezichten daar te zien zijn.
“Een half uur monitor, bij geen weeën mag ze terug naar huis,“ zegt de gynaecoloog tegen de vroedvrouw. Daarna worden we naar een verloskamer geleid. Ik hoor dat de gynaecoloog vannacht een keizersnee heeft moeten uitvoeren, die eigenlijk voor komende donderdag was gepland. We lachen er wat mee terwijl de monitor wordt klaargemaakt.
De vroedvrouw schrikt als ze voelt dat het hoofdje nog zo beweeglijk is en zoekt het rugje van de baby. Op die plaats plakt ze de plaatjes ter controle. Het hartje klopt luid en duidelijk. Er wordt gezegd dat een half uur wordt afgewacht. Oké, ik ken de ceremonie. Het is al de derde keer tijdens deze zwangerschap dat ik hier lig. Maar deze keer is het voor echt, das duidelijk. Na enkele minuten tekent de eerste wee zich af. Ik haal opgelucht adem. Duidelijk geen vals alarm. Net zoals in de auto, ook hier na 6 minuten opnieuw een felle contractie.
Maar wat is dat? Die ‘tekent’ maar half zo hoog als de vorige. En de komende contracties tekenen helemaal niet! Allez, dat kan toch niet! Ik beeld mij dit toch niet in! Ofwel? Ik laat Ben voelen op een contractiemoment en ook hij stelt vast dat mijn buik keihard gespannen staat. Alleen niet op die plaats waar het controleplaatje staat…
Een half uur gaat voorbij en ik ben ontzettend teleurgesteld. De vroedvrouw bekijkt de CTG en kijkt bedenkelijk. “Het ziet ernaar uit dat je nog een beetje respijt krijgt,” zegt ze rustig. Ik word er wanhopig van. “Echt waar, dat kan niet, ik heb heel zeker contracties gehad, maar die machine neemt ze niet op.”
Ze bekijkt me wantrouwend maar besluit toch nog es op mijn buik te voelen. Plots kijkt ze verbaasd: “Kan dat zijn dat de baby nog van plaats veranderd?”
Mij zou het in ieder geval niet verbazen. Zo’n woelwater als zij heeft al gekker dingen gedaan, denk ik dan.
“Jawel hoor, ze is gewoon aan de andere kant gaan liggen met haar rug”, klinkt het.
En opnieuw een half uur aan de monitor maar met verplaatste controleplaatjes. En daar zijn ze dan. Echte weeën! Ik ben bijna fier op die hoge curven. Voila, als ik iets voel, dan voel ik iets! Zo simpel is dat! Geen zever bij Lara.
Ik ben echt opgelucht dat het niet langer dan vandaag hoeft te duren. Dat bange afwachten is niks voor mij. De vroedvrouw komt nog es kijken en zegt beslist: “Ja, ik zal de gynaecoloog maar es inlichten.”
Vijf minuten later is ze terug. “De gynaecoloog doet om 9 uur jouw keizersnede”, krijgen we te horen. Ja! Joepie! ... O nee! Sjit! Brrrr. Akelig. Sjit, zeg, wat voel ik nu allemaal? Och ja, ik krijg ook nog een kindje, maar dat lijkt in de opkomende paniek van de operatie slechts bijzaak. Zoals zo vaak vervloek ik mijn angststoornis. Waarom geniet ik hier niet wat meer van? Veel tijd om na te denken heb ik niet.
De vroedvrouw meldt dat ze zo dadelijk mijn operatiekleed brengt en dat ik me dan rustig mag uitkleden. Het is op dat moment 5 na 8. “We hebben alle tijd, we kunnen rustig voorbereiden”, klinkt het geruststellend.

Als ze weg is, bekijk ik Ben en ook in zijn ogen lees ik de opwinding gemengd met ongerustheid. Ik probeer kalm te blijven, ga naar het toilet en laat Ben mij mijn GSM aangeven. Ik moet naar huis bellen. Ons ma moet weten wat er aan de hand is.
Bij mijn vorige bevalling is ze zo verschrikkelijk ongerust geweest omdat het zo lang duurde eer ze iets van ons hoorde, dat ik besluit dat we haar dit niet aan kunnen doen.
“Mama, het is wél zover. Ik heb echte weeën. Seffens om 9 uur doen ze de keizersnede.”
Ons ma ... Goh, ik weet niet hoe ze zich voelt. Ze houdt zich nog redelijk kalm of doet zich tenminste zo voor. Ze geeft me Tijsje aan de telefoon.
“Ben je met de tractor aan het spelen?”
- “Jah!”
“Is het fijn bij oma?”
- “Jah!”
“Zeg, Tijsje... Het baby’tje is klaar!”
- “..............Jah!”
Opeens zet ik het op een snikken. Wekenlang heb ik Tijsje voorbereid op deze geboorte. Hij begrijpt heel goed de begrippen ‘eerst en dan’.
“Eerst moet het baby’tje nog groot worden in de buik en dan komt het eruit.”
Zo heb ik het steeds uitgelegd. Tientallen keren hebben we bij de wieg in de living gestaan terwijl er niets in lag.
“Nee, het baby’tje is nog niet klaar. Het zit nog in de buik. Als het klaar is, dan komt het eruit.”
En nu is het klaar. Ik krijg het niet gezegd. Ik wil me goed houden en haal even diep adem. Ik weet echter niet meer wat zeggen tegen mijn eigen kind en stamel dan maar: “Daag.”
Goh, wat een emotie ineens. De vroedvrouw die inmiddels weer binnen is gekomen, knikt begrijpend. Ik neem nog afscheid van ons ma en laat Ben een berichtje naar een forumvriendin sturen. Dan gaat de gsm uit…
De vroedvrouw gaat me scheren.
Ik speel mijn kleren onwennig uit en trek het operatiekleed aan. Terwijl ik op het bed lig te wachten, daagt ineens de gynaecoloog op. Ze ziet er moe uit.
“Allez, het is dan toch voor vandaag”, glimlacht ze flauwtjes.
“Ja blijkbaar,” zeg ik met een benepen stemmetje. En weg is ze. Ik blijf wat teleurgesteld achter. Ze had mijn zwangerschap zo goed begeleid. Altijd was ze zeer enthousiast bij de echo’s en nu lijkt ze zo koel. Net nu ik een beetje geruststelling van haar nodig heb.
De jonge stagiairevroedvrouw doet haar werk ondertussen nauwkeurig, zij het een beetje hardhandig.
“Veeg er mijn striemen niet af, ik ben eraan gehecht,” tracht ik vrolijk en ontspannen te doen maar ze werkt plichtsbewust verder. Niet dat ze niet vriendelijk is, integendeel, maar werk is werk.
Ondertussen komt Ben terug binnen na de administratieve regeling van de ziekenhuisopname. “Je ligt op kamer 116,” weet hij te vertellen. “Whatever”, denk ik in mezelf.
De tijd gaat nu echt traag voorbij.
Een andere vroedvrouw komt me een infuus steken. En uiteraard lukt dat niet van de eerste keer. Doet zelfs behoorlijk pijn als je’t mij vraagt. “Niet opnieuw”, denk ik dan. Bij de vorige keizersnede was het zo’n gesukkel met al die naalden geweest. Toen stak het infuus uiteindelijk recht in mijn elleboogplooi. (Erg ongemakkelijk als je een baby’tje op wil pakken.) Daarna werd de naald voor de epidurale verdoving drie keer opnieuw gestoken waarna ze blijkbaar nog niet goed stak, enz… Man, man, wat had ik toen een schrik gehad! En nu begon het ook niet echt veelbelovend. En dan tussendoor die steeds harder wordende contracties nog.

“Goed, we gaan je nog eens aan de monitor leggen”, zegt de vroedvrouw en dus opnieuw het installeren van de plaatjes. Ik word er hoorndol van.
“Ja, maar, waarom moet dat nu? ’t Is al 9 uur! Kunnen we niet beter gewoon beginnen?”
De vroedvrouw geneert er zich precies zelf een beetje over. “Standaardprocedure”, vertelt ze. “Iedereen die in het verloskwartier ligt, krijgt om de twee uur een monitoring.”
Ik ben geen moeilijk mens maar nu heb ik potverdikke zin om die stomme kabels los te trekken, maar voor ik het weet is de gynaecoloog weer daar. We gaan er blijkbaar dus toch aan beginnen.
De hele handel wordt weer losgemaakt en ik mag overstappen in een ander bed. “Jouw taxi”, zoals de vroedvrouw het zegt. Ik vraag nog wel of ik iets kalmerend krijg, maar de vroedvrouw denkt niet dat ik het nodig zal hebben. Ik dring verder ook niet aan. Ik had daarvoor enkele oplosdrankjes gekregen, misschien zat daar al iets in.
Er wordt uitgelegd dat ik eerst een epidurale krijg, dat er daarna een blaassonde wordt gestoken, ik vol met groene doeken word gelegd en dat Ben dan binnen mag komen om de geboorte mee te maken.
Eens het bed in gang is, weet ik niet waar ik het heb. Waren we al maar een uur verder. Dit is het moment waar ik maandenlang zenuwen over heb gehad, en waar ik anderzijds ontzettend naar uitgekeken heb.
Ik kijk of Ben me volgt en staar dan een beetje naar het infuus dat boven me bengelt. Onderweg komen we de hoofdvroedvrouw tegen waar ik teken naar doe dat ik erg zenuwachtig ben. Ze sust met de woorden dat alles onder controle is, dat ik me gewoon moet laten gaan: de dokters weten wat ze doen.

Aan de ingang van het operatiekwartier hoor ik hoe aan Ben wordt gezegd dat hij niet verder mag dan daar. Ik kijk nog achterom maar ik kan hem niet meer zien.
Ik word het operatiekwartier binnen gereden waar zowel de omgeving als de sfeer zo koel als ijs zijn. Bah, wat een ziekenhuisgedoe. I hate it, I hate it, I hate it.
Tijdens de rondleiding enkele maanden eerder was me dat ook al opgevallen. Toen had ik nog gedacht dat het verschrikkelijk moest zijn om hier te liggen wachten op je operatie en mijn idee daarover is niet veranderd. Ik word voor de deur van operatiezaal 7 achtergelaten door de vroedvrouw die niet de juiste kleren aanheeft.
En daar lig ik dan…. Zo bang als een klein kind. Zo zenuwachtig als 1.000 kleine wezels. Neen, echt geen enkele positieve gedachte is er in mijn hoofd te bespeuren. Een kindje krijgen, lijkt plots bijkomstig. Zaak is nu deze operatie doorkomen. Een operatie: dat is het, geen geboorte.
In een mum van tijd word ik dan toch opgehaald door een vrolijke jongedame in het groen. Ik weet niet wat ze allemaal tegen me bazelt maar ze doet duidelijk haar best om me op mijn gemak te stellen. Ik moet op de harde operatietafel klimmen en er wordt me een bloeddrukmeter aangedaan.
Ik kijk rond en zie er een soort monitor staan waarop mijn hartslagcurve en bloeddruk en “god weet wat allemaal” wordt genoteerd. Emergency Room, maar dan live. En ikzelf ben het hoofdpersonage. Al voel ik mij absoluut niet zo. Er wordt langs me door gepraat alsof ik er niet ben. Ik zie de gynaecoloog staan, maar hoewel ik haar blik zoek, staart ze enkel naar de grond. Het OK-personeel keuvelt en lacht onder elkaar en ik lig erbij en kijk ernaar. Merkt dan niemand op dat mijn zenuwen op springen staan? Ik moet plassen. Man, man, wat moet ik plassen. Als reactie word gezegd dat ik dadelijk een blaassonde zal krijgen. Het duurt me allemaal te lang.
“Nog heel efkes wachten, direct krijg je blaassonde,” herhaalt de vrolijke groene meid.

De gynaecoloog begint intussen een aantal zaken voor te bereiden en vraagt aan de OK-personeel of er een zuiger voor handen is.
“Het kindje ligt erg hoog, dus dat moet aanwezig zijn.”
Ik probeer er toch maar weer kalm onder te blijven maar inwendig sta ik op ontploffen. Ik heb in mijn leven al heel wat stress gehad maar dit is ongetwijfeld één van de grootste hoogtepunten.
Ik hoor dat een vroedvrouw de zuiger gaat halen in het verloskwartier.
Even later staat de gynaecoloog weer rustig haar beurt af te wachten, al starend naar de grond. “Het wordt een naamgenootje van jou,” zeg ik haar en plots komt ze los uit haar concentratie. Op haar gezicht verschijnt een mooie glimlach. “Echt waar? Wordt het een Kaatje? Tja, gedurende die jaren dat ik dit werk doe heb ik er toch een aantal met die naam geboren weten te worden.”
Ze vertelt tegen een van de andere mensen in de OK het verhaal van haar naam en van haar geboorte in Afrika. Ze vertelt er nog bij dat de dokters dachten dat ze dood was. Geweldig, denk ik in mezelf. Kan ze nu echt niks anders vertellen...
Ze komt bij me staan, maar niet voor een gezellig babbeltje. De anesthesist, dr. B. is immers aanwezig en gaat eraan beginnen. Ik vertel haar nog dat ik er geen goed oog in heb en doe haar het verhaal van de vorige ruggenprik.
“Tja, dan heb je misschien een heel moeilijke rug”, klinkt het niet bepaald geruststellend. Ik besluit er niet te diep over na te denken en maak mijn rug zo bol mogelijk. Met een dikke buik als de mijne is dat beslist geen makkie. De gynaecoloog houdt mijn schouders tegen en mijn hoofd rust tegen haar borstkas. “IJskoud dit is ijskoud wat we nu op je rug gaan smeren.”
Ja, ja, ik herinner het me nog wel van vorige keer.
Mijn halve rug wordt ingesmeerd met een soort ontsmettingsmiddel waarna dr. B. tussen mijn wervels begint te drukken. “Oké, en probeer nu mijn vingers weg te duwen.”
Ik maak mijn rug nog boller totdat ze zegt dat ze de juiste plaats heeft gevonden.
“Niet schrikken, prikje komt eraan, zeker niet terugtrekken,” zegt de gynaecoloog. Ik weet het wel en wees maar gerust dat ik geen millimeter beweeg.
Ik voel een naald steken, maar pijn doet het absoluut niet. Even later herken ik het gevoel alsof er iets doorgedrukt wordt. “Voila, dat was het. Je benen worden nu weldra warm.”
En zo is het inderdaad. Bah, wat een akelig gevoel. Ik hou zo graag de controle over alles maar ik weet dat ik zo meteen mijn eigen benen – ja, zelf mijn hele onderlijf niet meer kan bewegen-. Onmiddellijk moet ik gaan liggen.

Een assistent maakt een soort beugel ter hoogte van mijn borsten waarover een deel van het operatiekleed wordt gehangen. Ik lig poedelnaakt, met een kaalgeschoren onderkant op een ijskoude tafel, omringd door wildvreemde mensen. Niet in staat om me te bewegen. Het voelt voor mij erg vernederend aan, al helemaal als die “gast” mij zegt dat ik mijn benen moet laten openvallen want dat hij mijn blaassonde gaat aanbrengen. Ik kan het gebeuren volgen in de grote lamp die boven de operatietafel hangt. Ik zie mezelf liggen: helemaal ontkleed, met de armen wijd gespreid, blote borsten, daaronder een immens dikke ronde buik, en dan een kaalgeschoren "opengespreide" onderkant. Ik voel me slecht. Ik voel me superkwetsbaar.
Denk maar niet na, Lara. Doe nu maar door, doe nu maar gewoon door… Het is zo voorbij…
Ik voel duidelijk dat er aan mijn schaamlippen wordt gefriemeld. Het doet geen pijn maar ik voel alles. Ik probeer mijn gedachten in toom te houden maar bedenk me dat dit een beeld en een gevoel is dat ik van mijn leven niet meer ga vergeten. Het lijkt een eeuwigheid te duren maar uiteindelijk worden mijn benen plat langs elkaar gelegd. Mijn gedachten gaan nu zo snel dat ik niet meer in staat ben om mezelf tot de orde te roepen en kalm te blijven. En tòch moet het.
Het feit dat ik ineens vol met groene doeken wordt gelegd neemt alvast mijn schaamte weg. Eentje belandt recht in mijn gezicht en ik ben niet in staat die zelf weg te nemen. Althans ik probeer het niet, waarschijnlijk zijn mijn armen al vastgebonden of zo. Ik weet het niet. Zo logisch denk ik in ieder geval niet meer na. Doe nu maar gewoon door…
Ik zie hoe de gynaecoloog een groene short wordt aangetrokken. Vraag me niet waar ik de tegenwoordigheid van geest plots vandaan haal, maar ik vraag haar nog of ze niet vergeet mijn buikspieren tegen elkaar te zetten. Dan wordt de lamp boven de tafel aangemaakt en ik zie plots heel wat minder reflecties. Ik moet althans meer mijn best doen.
Wanneer de assistent op aanraden van de gynaecoloog de doek uit mijn gezicht haalt, zie ik hoe ze een relatief kleine rechthoek vrijlaat met de doeken. Daarlangs zal het gaan gebeuren. “We gaan eraan beginnen”, hoor ik haar zeggen, waarop ik onmiddellijk reageer dat mijn man er nog niet is.
“Ja, maar ik snijd gewoon het litteken al open, ik wacht met de baby tot je man er is.”
Oké, mij goed. Ik ben klaar. We moeten er toch door, dus doe nou maar…

O jee, wat een vreemd gevoel. Is het normaal dat ik het voel dat ze in me snijdt? Het doet geen pijn, maar ik voel wel heel duidelijk waar ze met haar mesje is. Neen, geen risico’s nemen en direct melden.
“Ik voel dat wel, hoor, wat jij doet”, zeg ik luid en duidelijk.
“Dr. B., de patiënt voelt dit nog”, hoor ik de gynaecoloog tegen de mevrouw achter me zeggen.
“Ja, maar het doet toch geen pijn?”
Neen, pijn doet het inderdaad niet: “Ik voel gewoon dat het scherp is.”
Er wordt wat getwijfeld en dan zegt de gynaecoloog tegen B. dat ik erg bang ben. Dat is wel het minste dat je kunt zeggen.
Zou ik nog es kunnen hoesten of glijdt haar mes dan uit positie? Ik doe het toch maar niet.
Ineens komt Ben langs mijn hoofd zitten. Ik zie in zijn ogen de onuitgesproken angst, al doet hij uitermate zijn best om heel ontspannen over te komen.
“Kan jij de opening zien?”
- “Ik weet het niet, ik ga niet kijken deze keer.”
“Kom dan maar wat dichter bij mijn hoofd zitten.”
Ineens slaak ik een gil. Wat een eigenaardig en vooral akelig gevoel!
“Wat is er dan”, wordt me gevraagd.
“Dit doet niet goed.”
Onmiddellijk vraagt B.: “Wat voel je dan? Pijn?”
Nee, pijn niet... “Het doet zo gek! Dit doet niet goed”, jammer ik het uit. Ik herken dit gevoel van bij de vorige keizersnede, al was ik toen onder narcose. Ik leek toen te dromen dat de baby heel hevig tekeer ging in mijn buik, maar in feite was het ditzelfde gevoel dat ik toen ook had. Ik begin te hyperventileren. “Het gaat niet! Het doet gek! Oh, dit doet zo gek! Ik ben aan het panikeren.”
Ik voel hoe ik het koud zweet krijg en zie hoe alles rondom mij wit wordt.
“Drie keer heel hard in- en uitademen”, hoor ik een gehaaste stem achter mij.
Ik maak mijn buik heel dik en blaas uit. Kan dit geen kwaad voor de operatie als ik zoveel beweeg? Ik weet het niet! Ik kan het niet! Ik wil van de tafel af! Ik wil dit niet! Ben, die zelf ook niet goed weet hoe zich te handhaven, probeert me kalm te houden.
De gynaecoloog roept tussen mijn jammerklachten door dat ze weet dat dit een heel vervelend stuk is, maar dat het baby’tje er bijna is. Ik lijk van de ene kant naar de andere kant te schudden op die tafel. Zijn dit mijn buikspieren die losgemaakt worden of zo? Ik merk ineens het gepiep van de monitor op en zie hoe mijn hartslag pijlsnel daalt van 115 tot 68.
“Mijn hartslag! Mijn hart doet het niet goed.”
Ik ben compleet in paniek en voor geen rede meer vatbaar. Naar mijn idee is er iets grondig mis aan het gaan in de hele operatie.
“Da’s niet erg”, wordt me langs alle kanten toegeroepen.
“Da’s echt niet erg! Rustig blijven!”
Ik lijk niet meer te kunnen ademen. Ik ben compleet door het lint aan het gaan.
“Het baby’tje is er bijna,” zegt de gynaecoloog kalm maar kordaat. Ik merk aan het gegniffel dat er iets grappigs is gebeurd.
“Ze hangt helemaal onder het vruchtwater,” vertelt Ben en plots voel ik hoe ik in het warme nat lig. Even voel ik me betrokken in de hele zaak. Wauw, ik maak deze keer echt de geboorte mee. Ze is er bijna, het is zo voorbij. En ineens, totaal onverwacht, voel ik een ontzettende druk op mijn longen en mijn maag, zoals ik die nog nooit heb gevoeld. Ik schreeuw het keihard uit. De gynaecoloog en de assistente lagen bovenop mijn buik liggen om het baby'tje naar beneden te duwen. “Meeduwen”, roepen ze me toe. Ik weet helemaal niet wat ik moet doen, maar ik geloof dat ik mijn buik probeer in te trekken. “Aaaaaaaahhh. Aaaaaaaahhh”, gil ik het opnieuw uit.
“Daar is het hoofdje al,” hoor ik achter me. Ik voel niks, tenminste lichamelijk niet. Maar wel ineens kom ik tot het volle besef dat het hier wel degelijk om een geboorte gaat, het ter wereld komen van mijn eigen kind. Ik maak het bewust mee. Wat een wonder.
“En daar is de rug, het poepje en de beentjes.”
Oh mijn God. Oh mijn God!
“Het is een meisje”, klinkt het van aan de andere kant van het groene doek.
Ik weet het!!
Tranen wellen op als ik ineens een schelle schreeuw hoor. Opeens verschijnt er boven het doek een piepklein baby’tje... Geen enkel woord... Duizenden emoties... Maar een paar seconden lang. En weg is ze weer.
Maar ze is er! Ons klein Kaatje is er... Ze is er! Ik kijk naar Ben, we glimlachen naar elkaar. Ze is er echt... Iemand vraagt het uur en ik hoor dat het 5 na 10 is.
Ik wil nóg naar haar kijken. Kan ik haar zien? Neen, maar horen wel. Ze schreeuwt de longen uit haar kleine lijfje. Wat ben ik zo ontzettend blij om dat te horen. Fierheid vult mijn hart. Mijn meisje doet het goed.
“Het is een echt Kaatje,” hoor ik iemand al plagerig tegen de gynaecoloog zeggen.
Rechts van mij staat een man of 5 rond mijn kindje. Ik herken de kinderarts die haar aan een grondige controle onderwerpt. Omdat het onderzoek een tijdje duurt, krijgen mijn zenuwen weer volop de kans om de bovenhand te nemen. En dat doen ze dan ook overduidelijk. Ik hoor hoe dr. B. zegt dat ze me wat blijer gaan maken.
“Wacht tot ze het baby’tje heeft gezien,” reageert de gynaecoloog snel. Gaan ze me alsnog onder narcose brengen dan? Het zou me niks kunnen schelen, ik kan me niet voorstellen dat ik hier nog drie kwartier moet liggen in deze volle paniek die ik nog steeds ervaar.
Even later wordt ons Kaatje opnieuw heel dicht bij me gehouden, maar het gaat een beetje aan me voorbij.
Nadat ze wordt meegenomen, hangt ineens de kinderarts boven mijn hoofd.
“Het is een op en top gezonde dochter. Alles is helemaal in orde. Een hele dikke proficiat.”
Ik knik flauwtjes maar blij. Ik hoor nog dat ze 3.830 gram weegt en daarna wordt er mij een maskertje op mijn gezicht gezet. Ik weet niet wat ze me toedienen maar ineens gaat de tijd snel vooruit. Een beetje afwezig neem ik afscheid van Ben die met Kaatje mee mag gaan. Ik lig er terug alleen maar lijk het niet te beseffen.
Het lijkt maar 5 minuten later als ik af en toe een hand met draad en naald of haakje, ik weet het niet, boven het doek zie verschijnen. Het maakt me helemaal niet bang, ik ben alleen tevreden om te merken dat ze blijkbaar alles weer toe aan het maken zijn. En ineens hoor ik troostend zeggen: “Het is gedaan. Het is gedaan!”
Het klinkt een beetje, net zoals ik Tijsje toespreek als ik hem zijn nageltjes moet knippen, iets waar hij ook graag zo snel mogelijk vanaf is. Mijn maskertje wordt afgenomen en ze rollen me via een plank terug in mijn eigen bed. De donsdeken wordt over me heen gelegd en ik voel me op en top gelukkig. Nooit meer van mijn hele leven!

In de recovery-room neemt mijn zelfvertrouwen opnieuw toe. Oké, vanaf hier kan ik de angst wel weer alleen aan. Toegegeven, ik lig hier tussen vreemde mensen, tussen mensen die wakker worden uit narcose en totaal in de war uit bed willen klimmen, tussen huilende kinderen die een akelige ingreep hebben ondergaan en tussen mama’s die niet in staat zijn ze te troosten, er ligt een zandzak op mijn wonde waar stilletjes terug gevoel in komt, maar ik voel me goed. Ik heb een gezonde dochter gekregen, een bloedmooi kindje. De operatie is achter de rug en alles is goed verlopen. Het is voorbij.
Nu gaat het beginnen...

Lara

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld