Onze kleine Diego*

, 1.602 keer bekeken

Door op 04/10/2004 - 23:30:

Donderdag 1 maart 2001
‘'s Morgens vroeg om 07.00 uur voel ik nattigheid. “Ach, het zal wel urine zijn”, dacht ik nog. De baby schopt natuurlijk tegen mijn volle blaas. Even omdraaien en lekker verder slapen.
Niet dus. Alweer zo’n scheutje nattigheid. Ik voel eigenlijk helemaal niet, dat ik een volle blaas heb. “Laat ik maar naar de wc gaan, ik ben toch geen klein kind dat in bed plast.”
Al druppelend ga ik naar de wc en plas omdat dat wel zal moeten na een nachtrust. Het was de moeite van het opstaan niet waard, maar zo houd ik wel het bed droog. Maar eenmaal van de wc gekomen, realiseer ik mij dat er iets niet goed was. Ik druppel wel heel veel en de druppels worden ook veel groter.
Ik zeg tegen Rino dat ik volgens mij vruchtwater verlies. “Bel de verloskundige maar op”, zegt hij.
Huilend van de schrik belde ik de verloskundige. “Dat is niet best” zegt ze: “Maar ik kom er direct aan. Vang het maar op in een maandverbandje dan kan ik het even nakijken.”
Ik ga dus naar boven om een onderbroek met daarin een maandverbandje aan te trekken. Als ik mijn been omhoog til om in de onderbroek te stappen, komt er een enorme PLONS. Er is echt iets goed mis!
Er volgt een huilbui. “Wat is dit nou? Het is urine toch?”
“Ja, Peet, je bent gewoon incontinent. Dat gebeurt wel vaker in de zwangerschap.”
Ik ga met mijn hand in de grote plas en ruik eraan. Ochtendurine kun je toch ruiken? Waarom ruikt dit nu niet naar urine? “
Je kunt het wel schudden, Peet, dit is echt geen urine.”
Aan één kant, gelukkig maar want anders was de verloskundige voor niets onderweg. Al wachtend en niet wetend wat me overkomt, rook ik een sigaret.

Gelukkig daar is de verloskundige al! Nadat ik mijn verhaal gedaan heb, zit er voor haar niets anders op dan mij door te sturen naar het ziekenhuis. Weer huil ik… Ik ben nog nooit in een ziekenhuis geweest. Wat zal er daar allemaal gebeuren?
Er was geen haast bij, maar ik werd wel tussen nu en 1 uur verwacht. Gauw even gedoucht en toen in de auto op weg naar het ziekenhuis.
We mochten in de wachtkamer plaatsnemen: "“De dokter komt er zo aan.”"
Ik heb het verhaal aan de dokter gedaan en mag me uitkleden in de behandelkamer. Tijdens de echo kan de dokter zien dat er weinig vruchtwater over is. Ik zie het hartje kloppen en dus maakt ik mij weinig zorgen. Volgens mij, wou hij een inwendig onderzoek doen maar het instrument dat hij gebruikt, loopt vol met vruchtwater en dus gaat hij er niet mee door. Hij laat mij ook zien dat het vruchtwater is.
Eenmaal terug in de spreekkamer is het er naar stil. Ik kijk Rino aan en Rino kijkt mij aan. “Waarom zegt hij nu niets?”
De reden hiervan wordt me heel snel duidelijk.
“Het spijt me om jullie dit te moeten meedelen, maar hier heb ik geen behandeling voor. We staan met de rug tegen de muur.”
WAT? Hoezo met de rug tegen de muur? Hoezo geen behandeling? Ik ben toch in het ziekenhuis, daar word je toch opgenomen en behandeld?
“Waarom is het vruchtwater geknapt?”
Hier blijkt geen reden voor te zijn.
“Misschien een zwakke plek?”
Ze weten het niet. “Je zult waarschijnlijk dit weekend al bevallen en wat mij betreft mag dat gewoon thuis. Je moet er wel rekening mee houden, dat de placenta misschien niet vanzelf zal komen. Dit komt vaak voor in dit aantal weken van de zwangerschap. De placenta zal dan operatief verwijderd worden.”
Hoezo dit weekend bevallen? Ik ben nog maar 22 weken zwanger, dan kun je toch nog niet bevallen. Dit gaat niet helemaal volgens de planning. Bij 40 weken zwangerschap wil ik graag thuis bevallen. Maar nu nog niet.
“Je moet me gewoon opnemen en behandelen, anders gaat het niet goed.”
“We kunnen de baby in Enschede laten nakijken.”
Dat lijkt mij overbodig, want ik heb vorige week nog een echo gehad en alles was goed. Geestelijk zullen we nooit weten maar als het gewoon na 40 weken geboren was, had het ook een afwijking kunnen hebben, dus daar maak ik mij niet druk over.
En hoezo...… De baby laten nakijken, hij leeft nog, hoor!
De dokter wenst ons veel sterkte de komende tijd. Bij vragen en of twijfels mag ik altijd terugkomen. We moeten een afspraak maken voor maandag, dan konden we er nog even over praten. Waarover moet ik praten. Over de bevalling? Ik ga niet bevallen, want de baby leeft toch nog!
Geschrokken, verdrietig en kwaad verlaten Rino en ik de spreekkamer. We omhelzen elkaar in het nauwe gangetje tussen de spreekkamer en de wachtkamer, niet wetend wat ons nu overkomt en waarom we naar huis worden gestuurd…
We hebben toch een afspraak gemaakt voor maandag a.s.. Echt overtuigd waren we niet.
Hoezo, geen behandeling?
Ik ben nog maar 22 weken zwanger. Dit kan gewoon niet zomaar afgelopen zijn. Als ik nu thuis gewoon op mijn rug blijf liggen, misschien heeft de baby dan net genoeg water om niet uit te drogen. En als het dan nog 2 weken zo blijft, wordt ik misschien wel opgenomen en behandeld. Misschien gaat het dan alsnog goed, het hartje klopt toch nog?

Drie kwartier later zijn we weer thuis met de mededeling dat ik dit weekend wel zal bevallen. Hoe is dit in godsnaam mogelijk? Wat moet ik nu thuis? Ze sturen mij naar huis en laten mijn baby doodgaan!
Mijn zwager probeert me uit te leggen waarom ze me niet konden helpen. De longetjes zijn nog niet volgroeid. Hier begrijp ik niets van: “Er bestaan toch medicijnen die dit proces kunnen versnellen.”
“Dit is ook zo maar die worden pas met 24 weken toegediend.”
“Er moet een ziekenhuis zijn dat mij wel kan opnemen en behandelen, de baby leeft toch nog! Ze laten het gewoon dood gaan! Niemand wil mij helpen. Maar de baby wil wel doorgaan, want hij leeft nog.”

Groningen: een gesprek gehad met dokter H. en ook hij wil of kan mij niet helpen. Dat zal wel komen omdat dr. B. met hem heeft gesproken. Ik laat het hier niet bij zitten, hoe kun je iemand nou zo naar huis sturen?
Ik bel Nijmegen zelf wel, zonder de tussenkomst van dr. B. Hier zijn ze wel bereid om mij op te nemen mits de behandelende arts het medisch noodzakelijk vindt. Die zal niet meewerken want hij heeft de hoop al opgegeven. Wat maakt mij die gedachte toch kwaad! Iets opgeven wat nog leeft. Het hartje klopt niet alleen, maar ik voel hem ook nog schoppen, hoor!
Heel Nederland staat in verbinding met dr. B.. We zitten vlak bij de grens, ik probeer het eens in Gronau. Daar zijn ze bereid om me op te nemen en ze hebben zelfs een behandeling voor mij. Ik bel het ziekenfonds en blijkbaar ben ik niet verzekerd in het buitenland.
De verloskundige weer opgebeld en het hele traject uitgelegd. Ook zij wist hier geen raad meer mee en verzocht mij om hier met dr. B. over te praten. De behandeling die ze mij in Gronau willen geven, had weinig positief resultaat in Nederland gehaald. Wat doe ik nu? Laat ik mij opnemen in Gronau en steek mij hiervoor in de schulden? Even realistisch blijven. Ze kunnen mij daar ook geen garanties geven. En als het dan toch mis gaat? Kom ik nooit aan het verwerken toe, omdat ik mijn schulden moet aflossen. Ik weet het niet meer! Ik weet het niet meer! Ik weet het niet meer! Ik laat mijn huisarts bellen en kijken wat hij ervan zegt. Ook hier schiet ik niets mee op. Ik ben in goede handen.

Via een vriendin die al 35 weken zwanger is, heb ik een kraampakket, om eventueel thuis te bevallen, kunnen lenen. Als ik er maar voor zorg dat ze het zelf op tijd terug krijgt. Ik bel het ziekenfonds weer op en doe het hele verhaal. Ze zullen er spoed bij zetten, maar kunnen me niet vertellen hoe lang het zal duren. Daarna heb ik de verloskundige maar weer gebeld en gevraagd als ze vandaag nog langs kan komen. Gelukkig was ze dat toch al van plan.
Ik voel de baby nog steeds schoppen, maar ik begin toch wel te twijfelen. Toen de verloskundige eenmaal bij ons is, wil ik toch wel weten of het hartje van de baby nog klopt. Even geluisterd en ja, hoor gelukkig, hij deed het nog. Zie je nou wel! Hier kun je toch geen afstand van doen? Dit kan ik niet opgeven, hoor!
Ik besluit om toch maar thuis op mijn rug te blijven liggen. Baat het niet, schaadt het niet en dan heb ik er voor mijn gevoel toch alles aan gedaan om dit goed te laten verlopen. We zullen er een nachtje over slapen en kijken hoe alles deze nacht verloopt.

Vrijdag 2 maart 2001
Het wachten duurt lang... Wachten op de verloskundige die even langskomt. Dan weet ik of het hartje nog klopt. Alleen op mijn gevoel afgaan lukt niet meer omdat ik weet dat er iets niet goed is. Voel ik hem nou schoppen of wil ik hem gewoon graag voelen? Gelukkig hij doet het nog. Zolang ik hem voel en weet dat het hartje nog klopt, geef ik hem niet op! De hele dag visite, visite en visite. Hoe kom ik nu aan mijn rust? Als ik in het ziekenhuis had gelegen had ik meer rust gehad, wat misschien wel beter was geweest in deze situatie. Aan de andere kant is het ook fijn om te weten, dat er zoveel mensen zijn die om je geven.
Ik heb de buurvrouw gevraagd om een babypakje te kopen in de kleinste maat. Mocht de baby toch geboren worden, dan heb ik in ieder geval kleertjes om hem aan te doen. Maatje 44 is wel klein maar het zal nog wel iets te groot zijn. Gelukkig is het een broekje en een shirtje, die kun je nog een paar keer omslaan.
'‘s Avonds komt de verloskundige nog even om mij gerust te stellen. Want het hartje klopt nog. Het is echt een vechtertje! We gaan die dag lekker op tijd naar bed. De baby is ontzettend druk in mijn buik. Ik vroeg Rino of hij nog een keer aan mijn buik wil voelen. Nu het nog kan!

Gelukkig zijn we op tijd naar bed gegaan want ‘s nachts om 02.00 uur word ik wakker van ontzettende krampen in mijn buik. NEE, het zijn geen weeën, dat kan niet waar zijn!
Ik besluit maar even naar de wc te gaan en daar zie ik tot mijn spijt, allemaal bloed. Het is zover! Het gaat dan toch gebeuren! Shit, nu is er geen weg meer terug. Waarom? Waarom gaat het nu toch mis? Ik wil er toch alles voor doen? Wist ik maar wat, WAT MOET IK DOEN??
“Rino, het is zover. Ik heb weeën en bloedverlies.”
“Laat ik de verloskundige maar bellen, straks wordt hij per ongeluk op de wc geboren.” Gelukkig ze is er heel snel. Ik twijfel eerst of ik wel wil weten of het hartje nog klopt of niet. Al gauw krijg ik het gevoel dat ik het toch moet weten. Gelukkig [denk ik], hij doet het nog. Ik weet niet wat ik liever zou hebben. Dat het voor de geboorte al dood is of na die tijd. Het lijkt me beter voor die tijd, anders zit ik met mijn kindje in de arm die snakt naar adem en ik laat hem doodgaan. Na die tijd zou ook wel goed zijn, dan heb ik hem toch nog levend in de armen gehad. Ik weet het niet… Ik weet niet of ik nu gelukkig opgelucht of verdrietig moet zijn.
Ik herinner me alleen het gevoel dat ik bij de geboorte van Gianni had en eigenlijk was dat gevoel nu hetzelfde, alleen met veel meer angst voor het onwetende. Misschien krijg ik helemaal geen kindje, maar een mini monster? Hoe zou hij eruit zien? Welke kleur zal het hebben? Hoe groot zou het zijn? Wat zou die wegen? Trots laat ik de verloskundige het pakje zien dat ik mijn buurvrouw heb laten halen. Ze vindt het ook een heel mooi pakje. Ik vraag de verloskundige of ik alles klaar heb voor de bevalling. Of ik niets vergeten ben en of ik bepaalde dingen anders moet doen. Alles was prima. Ze vraagt me alleen of ik er wel aan heb gedacht iets klaar te zetten waar de baby na de geboorte in kan liggen. Daar had ik nog niet aan gedacht. Ik wist niet zo snel wat ze er precies mee bedoelde. Moest ik het bedje klaarzetten? Ik vroeg haar wat ik het beste klaar kon zetten.
“Een mandje of zoiets” en ze maakte daarbij een gebaar met haar handen. Ik dacht nog: “Wat wil jij nou met een mandje?”
Maar de baby zal in zijn foetushouding wel klein zijn en dus pak ik het mandje waar ik 3 jaar geleden de sokjes van Gianni in bewaarde. Dit blijkt een geschikt mandje te zijn. Met een opgevouwen katoenen luier lijkt het net een minibedje. Ik vind het toch wel heel erg klein maar denk er verder niet meer bij na.
Wel maak ik mij zorgen over de bevalling: of de placenta wel zal meekomen want anders moet ik alsnog naar het ziekenhuis. De verloskundige stelt mij gerust: het is niet zoals bij een gewone bevalling. We hebben iets meer tijd voor de placenta en moeten dus niet binnen het uur naar het ziekenhuis. En mocht het toch nodig zijn, mochten Rino en de baby ook mee. Ik hoef de baby dus gelukkig niet thuis te laten. Ik zie het niet zitten na de bevalling nog naar het ziekenhuis te moeten.
Na een tijdje kletsen en een kopje koffie, blijken de weeën spontaan te stoppen. Het lijkt de verloskundige beter om nog een paar uurtjes te gaan slapen want het kan nog wel even duren. Ze trok haar jas aan en spontaan begonnen de weeën weer [dacht ik].
“Als ze maar niet weg gaat. Zolang zij er is zal alles wel goed gaan.”
Na de controle van de harde buik die er niet was, besluit ze toch om weg te gaan. Ik weet niet of ik hier wel zo blij mee moet zijn maar er zat niets anders op. De verloskundige ging weg, maar ik wil niet naar bed. Rino kan de slaap nog wel gebruiken maar omdat ik niet naar bed wil, besluit hij om ook maar op de bank te slapen. Als er dan iets is, kan ik hem zo wakker maken.
Net als bij mijn vorige zwangerschap krijg ik de kriebels. Ik heb de wc schoongemaakt en nog een paar dingetjes gestreken. Volgens mij heb ik wel 2 liter vruchtensap gedronken. Nu was ik toch ook wel moe. Ik ga op het bed in de kamer liggen en denk even tot rust te komen. Maar niets was minder waar. Ik krijg om de 5 minuten weeën. Anderhalf uur lang heb ik de klok 5 minuten zien verspringen. Gelukkig het zet door. Straks een paar hevige persweeën en alles zal achter de rug zijn. Als het dan toch niet mag zijn, laat het dan nu maar over zijn. Na anderhalf uur zakt het toch weer af. De tijd tussen de weeën door werd steeds meer in plaats van minder. Tegen 08.00 uur was het helemaal weer weg.

Zaterdag 3 maart 2001
Rino wordt wakker en vraagt hoe het gaat. Na het ontbijt begint de visite ook weer te komen. Ze schrikken toch wel als ze horen dat het bezig is. Ze hebben net als ik gedacht dat het wel 2 weken zo zou blijven.
De hele dag door heb ik weeën, soms een uur om de 5 minuten en soms maar 1 of 2 per uur. Om 17.00 uur iedereen weg om eten klaar te maken en daar had ik ook wel zin in: eten. Na een paar happen beginnen de weeën ineens heftig te worden en komen meteen om de 2 minuten. Na een kwartier belt Rino de verloskundige op want het gaat nu toch wel heel snel. Er is geen houden meer aan. Ik heb al persdrang.
Rino raakte een beetje in paniek omdat de verloskundige er nog niet is. Ik moet hem beloven om niet te persen. Ik beloof het met mijn vingers gekruist want ik kan het gewoon niet ophouden. Gelukkig is de verloskundige er snel, wat zijn we opgelucht. Nu kan er in ieder geval niets misgaan.
Na een paar hevige weeën moet ik naar de wc. Ik schrik me een hoedje want er komt iets uit mij. Ik schreeuwde hulp. De verloskundige vertelt me dat het de navelstreng is. “En nu???” “Nu niets”, zegt ze: “Normaal had je naar het ziekenhuis gemoeten maar dat hoeft nu niet.” “Want het gaat toch dood, hè?”, vraag ik haar nog. Dit bevestigt ze met een knikje.
Tussen de weeën door krijg ik zin in een sigaret en heb er één gerookt. Kort daarna krijg ik een hoestbui. Ik voel iets uit mij komen en vraag al huilend aan de verloskundige om te kijken wat het is. Het blijkt een voetje te zijn. Ik kijk naar beneden en zie heel duidelijk een heel klein voetje met een paar teentjes.
Een wee of 2 later moet ik weer hoesten en daar is het tweede voetje al. Dit is het einde. Het gaat nu echt gebeuren. Waarom? Waarom mag hij niet bij mij blijven?
Bij een volgende wee komt het lichaampje. Wat is dit duidelijk te voelen! En nu zit het vast. Het doet heel erg pijn, lichamelijk en geestelijk. Ik wil hem het liefst bij me houden, maar het doet zo’n pijn! Bij de volgende wee moet hij eruit anders heb ik straks die pijn nog.
Ik begin te huilen… Dit is het laatste stukje en dan is alles echt over en uit. Waarom?
De wee begint en ik druk zo hard als ik kan en om 18.58 uur: gelukkig (of niet) wordt hij geboren, onze Diego.
Alie vraagt aan Rino of hij de navelstreng wil doorknippen of zij het moet doen. Rino vliegt recht en zegt zonder enige aarzeling: “Dat doe ik. Het is ons kindje.”
Ik vind het fijn dat hij het zelf wil doen. Nu kan Diego bij mij op de buik. Het is toch geen monster... Hij is zelfs heel mooi. Alles zit erop en eraan. Waarom mocht hij niet leven? Nog 2 weken en hij had een kans gehad… Zo’n mooi en gaaf kindje. Alleen zijn longetjes zijn niet volgroeid. Hoe is dit nou mogelijk? Een klein mensje, zo klein en toch perfect… Hij heeft zelfs al kleine nageltjes en 10 vingertjes 10 teentjes. Hij heeft het neusje van Rino, het mondje van mijn oma en volgens Rino heeft hij mijn knieën.
Lieve, kleine Diego, we hadden zoveel plannen, zoveel ideeën, zoveel liefde te geven. Je grote broer Gianni wacht op jou. Hoe moeten we hem dit nu vertellen? Wat nu?? Wat nu??

De placenta was er al na 45 minuten, weer een angst minder. Bijna alles ging goed, het enige: ONZE DIEGO IS DOOD!
Alie vraagt of ze hem moet wassen, maar ik vind het prima zo. Hij is mooi zoals hij is. Alie vraagt of ze Diego moest wegen. Dit stellen wij wel zeer op prijs. Hij weegt 540 gram. Niet niks, hé?
Ik kijk Alie aan en begin te huilen: “De kleertjes passen helemaal niet!”
“Ik kan ze wel omslaan”, zegt ze nog, maar dat vind ik niet mooi. De kleertjes gaan dus niet door! Wat nu?
Ik kan hem toch niet zo in het mandje leggen? Alie begint over een doekje en hierdoor kom ik op het idee om een bandana van mij te gebruiken. Ik heb nog een mooie zachtgele met beertjes. Alie legt Diego in het mandje en dekt hem toe met mijn bandana. Ze doet het met veel liefde en ze praat zelfs tegen hem. Dit doet mij goed!
Na een korte evaluatie en uitleg over hoe Diego nu gestorven is, gaat Alie weg. Daarna bellen onze familie en vrienden op. Ze komen allemaal lange en de meeste kijken ook nog even naar ons zoontje. Ik ben er echt trots op, maar ik was natuurlijk verdrietig omdat hij niet leeft.

Zondag 4 maart 2001
Vandaag hebben we veel visite gehad maar we zijn ook heel veel bij Diego geweest.
We hebben hem op zijn eigen kamertje gelegd, zodat hij ook zijn eigen plekje hier in huis heeft gehad. Hij ziet er nog mooi uit. Hopelijk blijft dit zo!

Maandag 5 maart 2001
De afspraak bij dr. B. heb ik afgezegd. Daar heb ik nu echt geen zin in.
De receptioniste feliciteerde mij hartelijk zonder te vragen of alles goed was gegaan. Ik heb haar [vind ik op dit moment] op een iets te harde manier laten weten, dat de baby dood is.
We zijn vandaag naar het gemeentehuis geweest om de geboorte van onze zoon aan te geven. We kregen geen geboorteakte mee, alleen een overlijdensakte. Waarom dit nodig is, gaat mijn pet te boven. Ik ben bevallen maar krijg geen geboorteakte!? Normaal is voor ongehuwden bij wet geregeld dat het tweede kind dezelfde achternaam krijgt als het eerste. Nu blijkt dat niet zo te zijn bij levenloos geboren kinderen. Dit is toch te zot voor woorden? Ons eerste kind heet A***, ons tweede kind heet B***.
Hierover waren ze, bij het gemeentehuis, het met mij eens en dus moest er alsnog een erkenningsake opgemaakt worden, zodat Dingo ook A*** mocht heten. Gelukkig is het allemaal goed gekomen. Eenmaal thuis gekomen, zijn we direct naar Diego gegaan en we hebben nog even van hem genoten, zo’n mooi kindje. Onze Diego A***…

Dinsdag 6 maart 2001
Vandaag is dan de dag van het definitieve afscheid van Diego. We zijn vandaag niet bij hem weg te slaan. Het komt nu wel heel erg dichtbij… En dan hebben we niets meer. Alleen nog de herinnering en een wond in ons hart.
Vanmiddag om 14.00 uur wordt hij begraven. We hebben een mooi wit kistje uitgezocht.
Ik heb Diego zelf in het kistje gelegd en toegedekt met de bandana.
Gianni had nog iets voor zijn broertje gemaakt. Hij had een rood verfhandje op een blauw papiertje gemaakt en ik moest erop schrijven:
Dag, lieve Diego.
Van Gianni.
We hebben er nog een hoop liefde bijgedaan en Gianni zijn rode verfhandje. Nadat we Diego een kusje gegeven hebben, sluiten we samen het kistje af.
Rino zal zelf het kistje dragen. Die gedachte vindt ik fijn. Gianni gaat ook mee om een mooi plekje zoeken voor Diego. Ik had iedereen verzocht om niet in het zwart te komen. Het moet [vooral voor Gianni] een mooi plekje zijn voor zijn broertje, en niet een sombere en zwarte gebeurtenis.

Na het koffiedrinken bij ons thuis, gaat iedereen weg. Dit was het dan. Het einde van alles:
De schrik, de angst, het verdriet, de vechtlust, de woede, de twijfel, de bevalling, de begrafenis en de pijn…
Het leven is soms hard.
Heel kort en maar heel even.
Het enige wat we je nu nog kunnen geven,
is een plekje in ons hart.

Voor zover wij nog van geluk kunnen spreken, zijn wij gelukkig dat het allemaal zo is afgelopen. Leuker kan niemand het voor ons maken, alleen maar draaglijker.

Een gesprek met dr. B. heb ik nog niet gehad, misschien komt dat er nog wel.
Op dit moment ben ik van mening, dat het gesprek voor de bevalling wel iets langer had mogen duren. Hij had ons misschien beter kunnen voorbereiden op wat er aan het gebeuren was. Er zouden ons dan veel angsten bespaard gebleven zijn. Als ik eraan toe ben, zal ik contact met hem opnemen en het verhaal nog eens persoonlijk met hem doornemen. Voor mij kan hij niets meer doen, maar misschien wel voor iemand anders, die hetzelfde staat te wachten.
Ook ben ik Alie ontzettend dankbaar voor alles wat ze voor ons gedaan heeft. Ik hoop dat ze zich goed realiseert dat ze voor ons meer is dan een verloskundige. Ze heeft voor altijd een plekje in ons hart. Hier zijn gewoon geen woorden voor te vinden en geen bloemen voor te koop.

Lieve Gianni,

Toen we jou vertelden dat er een baby bij mama in de buik zat, was je dolenthousiast. Je was heel voorzichtig met mama en kuste regelmatig de baby in de buik. Je wist niet beter, dat als de buik van mama héél groot was, dat dan de baby zou komen.
Toen mama een echo had gehad, dat is een kijkje binnen in de buik, wisten wij dat jij een broertje zou krijgen. Dit vond jij fantastisch nieuws, maar het maakte jou niet veel uit of het nu een broertje of een zusje zou worden, als er maar een baby zou komen.
Toen het hele huis in rep en roer was, dacht jij dat mama in bed had geplast. Mama wilde dat dat waar was. Helaas moest ik jou teleurstellen. Ik vertelde jou, dat het baby water was en dat mama naar het ziekenhuis moest omdat het niet zo goed ging met de baby.

Toen we terug kwamen, dacht jij dat alles weer goed was en vroeg mij hier ook naar. Ik moest je alweer teleurstellen en vertellen dat ze mama en de baby niet konden helpen.
Jij zou mij wel helpen zei je nog, dan komt alles weer goed.
Je wist niet beter, dan dat je een weekendje bij Jolanda, Francesco en Gino natuurlijk mocht logeren. Toen je weer thuis kwam stond ons een enorme opgave te wachten. Hoe moeten we jou dit nu vertellen?
Ik heb je even op schoot genomen en je verteld dat je broertje al geboren was. Je begon te lachen en om je heen te kijken. Je vroeg je af waar de baby nu was. Samen met papa zijn we naar boven gegaan. Je begon heel hard te lachen toen je jouw broertje zag liggen. Je vond hem heel mooi en wilde hem ook aaien en een kusje geven. Toen je dit gedaan had wilde je hem meenemen naar beneden om mee te spelen. Toen we vertelden dat de baby dood was en dit dus niet mogelijk was ging je mee naar beneden.
Eenmaal beneden ging je naast me zitten en vroeg me heel lief of er wel een nieuwe baby in mijn buik zat. Ik vertelde je dat dit niet zo was! Je begon ontzettend hard te huilen het ging me door merg en been. Je schreeuwde het uit! Maar ik wil die dode baby niet! We probeerden je te kalmeren en vertelden je dat wij ook geen dode baby wilden en dat jij dan wel een nieuwe zou krijgen. Jij vond dit een goed idee, maar dan moest er wel een zusje komen, want die kunnen wel voetballen als ze geboren zijn, broertjes niet, die zijn dood.
Ik heb verschillende pogingen gedaan om jou uit te leggen dat het geen verschil maakt tussen broertjes of zusjes die dood gaan. Meestal gaat alles goed als er een baby geboren wordt, maar soms heb je gewoon grote pech en dan is de baby dood.

Het is nu bijna 5 weken geleden en nog heb je het er veel over. Je wilt ook heel vaak naar het mooie plekje van Diego. Gisteren wilde je gaan graven om Diego daarna weer mee te nemen naar huis. Dit is helaas niet mogelijk en vertel je dat Diego liever op het mooie plekje blijft. Gelukkig neem je hier genoegen mee, want soms kun je het me heel moeilijk maken om je eerlijke maar toch redelijke dingen uit te leggen.
Je hebt een mooie molen voor hem gekocht en hem zelf in de grond gezet. Het enige wat je nu nog wenst is een ballon van het ziekenhuis. Ook deze zullen wij kopen, omdat jij dat graag aan je broertje wilt geven.

Je vraagt me geregeld of er al een nieuwe baby in de buik zit. Helaas voor jou is dat nog niet het geval. Ik moet je wel eerlijk zeggen dat ik het je heel graag wil geven, maar ik ben ook heel bang dat ik je nog een keer moet teleurstellen, dus als het al zo is, dan nog zal ik zo lang mogelijk wachten om het jou te vertellen.

Als je later groot bent en je afvraagt wat er allemaal is gebeurd op 03.03.2001, dan hoop ik dat je hier iets aan hebt. We kunnen het ook niet leuker maken. Ik hoop alleen dat je er voor jezelf vrede mee kunt hebben en nergens last mee krijgt. Poepie, op het moment ben je 3 jaar en ik hoop dat het heel goed met je gaat en dat je iets van je leven maakt.
Misschien lezen we dit samen nog eens terug. Ik hoop dat we altijd vrienden blijven.

Vergeet nooit, dat we heel veel van je houden en er altijd voor je zijn.

Veel liefs en kusjes van MAMA

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld