Zwangerschapsdiabetes

, 9.073 keer bekeken
Ongeveer 2 - 3% van alle zwangere vrouwen worden tijdens hun zwangerschap geconfronteerd met diabetes.
Zwangerschapsdiabetes komt het vaakst voor:

  • bij vrouwen waar diabetes in hun bloedlijn voorkomt

  • bij moeders met kinderen die een hoog geboortegewicht hadden (meer dan 4kg)

  • bij moeders die vroeger al zwangerschapsdiabetes gehad hebben

  • bij vrouwen met overgewicht

Maar het is perfect mogelijk dat een vrouw, die nooit verhoogde bloedsuikers had, toch diabetes ontwikkelt tijdens de zwangerschap.

Wat is diabetes of suikerziekte?


Diabetes is een stofwisselingsstoornis, meer bepaald van de koolhydraten (suikers en zetmelen). Men spreekt van diabetes wanneer de bloedsuikers verhoogd zijn als gevolg van verminderde insulineproductie of verminderde insulinewerking. Omdat de pancreas (alvleeesklier) niet voldoende insuline kan produceren om de bloedsuikers binnen normale waarden te houden, ziet men dus een verhoogde glucose-waarde in het bloed.
Tijdens de zwangerschap kan de aanmaak van bepaalde zwangerschapshormonen diabetes doen ontstaan omdat ze de werking van insuline tegengaan en hierdoor die verhoogde bloedsuikers kunnen veroorzaken.
Deze zwangerschapshormonen zorgen voor een hogere resistentie tegen insuline met als gevolg dat het lichaam ongevoeliger is voor insuline en op die manier vlugger een teveel aan bloedsuikers krijgt.
Meestal wordt hierbij ook glucosurie ontdekt tijdens een routinecheck-up van de urine.

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?


Tijdens de 9 maanden van je zwangerschap ondergaat je stofwisseling voortdurend veranderingen. Om zwangerschapsdiabetes beter te kunnen begrijpen, moeten we de zwangerschap in 3 fases verdelen.

  1. Om het kindje tijdens de eerste 3 maanden volledig te laten vormen, is er energie nodig of met andere woorden glucose en zetmelen, samen met andere voedingsstoffen. Voor deze stoffen is het kindje volledig aangewezen op het lichaam van de moeder. Doordat het kindje voortdurend glucose opneemt en gebruikt, daalt het bloedsuikergehalte bij de moeder. De mama zelf vult haar voorraad voedingstoffen maar een paar keer per dag aan en heeft daardoor een lager bloedsuikergehalte voor de maaltijden.
    Voor de mama die te weinig van die voedingsstoffen opneemt, is deze situatie als een zekere vorm van vasten, want haar kindje blijft toch de nodige voedingsstoffen uit haar bloed opnemen. Wanneer er dus een gebrek is aan glucose, zullen er vetten verbrand worden. Tijdens die vetverbranding vormen zich echter ketonen, die schadelijk zijn voor haar ongeboren baby. Het is dus aan te raden om nooit op DIEET te gaan als je zwanger bent.

  2. Na die eerste 3 maanden gaat de placenta steeds meer hormonen aanmaken, die tevens ook de insuline gaan tegenwerken, waardoor automatisch de glucose in het bloed gaat stijgen. Hierop gaat de pancreas reageren door meer insuline te produceren, waarop ook de placenta nog meer insulineremmende hormonen gaat aanmaken. Indien de pancreas dan niet is staat is genoeg insuline aan te maken voor deze verhoogde suikers in het bloed, dan spreekt men van zwangerschapsdiabetes. Ondertussen heeft ook het ongeboren kindje steeds meer glucose nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen. Hetzelfde scenario geldt hier als in de eerste 3maanden.

  3. Wanneer na de bevalling de moederkoek uitgestoten wordt, verdwijnen ook de insulinetegenwerkende hormonen. Hierdoor worden de insulinebloedspiegels vrijwel onmiddellijk na de bevalling terug normaal. Ook de pancreas reageert en stuurt de insulineproductie bij waardoor het glucosepeil al snel weer de normale waarden bereikt. De symptomen van de zwangerschapsdiabetes verdwijnen en alles wordt terug normaal.


Gevolgen?


De kans op misvormingen is niet groter dan bij een gewone zwangerschap omdat het glucosegehalte pas begint te stijgen na de 3de zwangerschapsmaand en dat dan alle organen reeds gevormd zijn.

Aangezien de ongeboren baby op dezelfde manier als de moeder, zal reageren tijdens de periode van verhoogde bloedsuikers, staat de ongeborene aan dezelfde gevaren bloot als de moeder. Na zijn geboorte kan de baby wel een hypoglycemie (te laag bloedsuiker) vertonen. De glucosetoevoer van de mama is immers gestopt terwijl de pancreas van de baby nog volop insuline aanmaakt om die te hoge suikerwaarden te kunnen controleren. De baby wordt na de geboorte intensief gecontroleerd door de vroedvrouwen/verpleegkundigen. Via regelmatige glucosecontroles in het bloed van de baby, wordt door een aangepaste glucosetoediening, de glucosespiegel op een normaal peil gehouden, om zo eventuele hersenbeschadiging tegen te gaan.

De symptomen van de zwangerschapsdiabetes verdwijnen spontaan van zodra de moederkoek werd uitgestoten. In ongeveer 5% van de gevallen blijft er wel een of andere vorm van diabetes bestaan. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat ongeveer de helft van de vrouwen met zwangerschapsdiabetes later zelf dikwijls diabetes ontwikkelen. Gelukkig kan dit voor een stuk voorkomen worden met een gezonde en gevarieerde voeding, voldoende lichaamsbeweging en het behouden van een normaal lichaamsgewicht.

Onderzoeken en opvolging?


Tijdens elke zwangerschap zal de dokter tussen de 24 tot 28 weken systematisch een glucosetest uitvoeren. In ongeveer 20% van de gevallen zal dit onderzoek aanleiding geven tot een verder onderzoek. Dit omvat het regelmatig (wekelijks vanaf 32 weken) bepalen van de bloedsuikers, zowel nuchter als dagprofielen (om het uur bloedsuikerwaarden bepalen). Sommige artsen laten een bloedonderzoek uitvoeren voor het bepalen van het Hemoglobine A1. Regelmatige controle van de baby is ook nodig door een echografie.

Zo'n verder onderzoek is voor sommigen wel een minder prettige ervaring maar het geeft een heel goed beeld van de juiste suikerhuishouding in je lichaam. Bij een eerste vaststelling en na een vermoeden van zwangerschapsdiabetes zal de behandelende arts je uitnodigen om een glucose tolerantietest (OGTT) te doen op de dienst endocrinologie of in het labo van het ziekenhuis.

Het komt er ongeveer op neer dat je op die dag geen ontbijt neemt, daarna gaat men bij jou bloed prikken en je dan 100g suikerhoudende vloeistof laten drinken (in sommige ziekenhuizen lijkt dit op limonade). Met een tussenpauze van telkens een uur zal men je glucose bepalen. Na een vijftal bloedafnames heeft de arts al een goed beeld over de manier waarop je lichaam die enorme toevoer aan suikers verwerkt. Hou er wel rekening mee dat je minstens een halve dag in het ziekenhuis zal moeten vertoeven voor het ondergaan van een OGTT. Je zal na deze test en bij een positief resultaat nog een aantal controles moeten laten doen, waarvoor je terug naar het ziekenhuis moet voor een bloedprik.

De regel is dat je suikergehalte in nuchtere toestand en 1 uur na het drinken van de suikeroplossing normaal moet zijn. Wat zijn de normale waarden?

  • Nuchter:    105 mg/dl of 5,8 mmol/l

  • Na 1 uur:   190 mg/dl of 10,6 mmol/l

  • Na 2 uur:   165 mg/dl of 9,2 mmol/l

  • Na 3 uur:   145 mg/dl of 8,1 mmol/l

Indien twee of meer van deze waarden verhoogd zijn, spreekt men van zwangerschapsdiabetes.

Conclusie


Zwangerschapsdiabetes is ernstig maar stelt bij een goede opvolging en een regelmatige controle geen enkel bijkomend probleem. De behandeling ervan is gelijk aan die van iemand die al voor de zwangerschap diabetes had. Er is een nauwkeurige controle nodig is door de endocrinoloog en dat betekent dus ook dat je je voeding aan moet passen, voldoende beweging moet nemen en moet leren hoe je jezelf kan controleren. Natuurlijk moet de groei van de baby nauwkeurig gevolgd worden. Het is de bedoeling om een zo normaal mogelijk bloedsuikergehalte te hebben, waaruit een zo normaal mogelijke bevalling mogelijk kan zijn.

Voor alle verdere vragen rond zwangerschapsdiabetes kan je steeds terecht bij je arts, vroedvrouw/verloskundige of gynaecoloog.

Lees ook even: Wat na… Zwangerschapsdiabetes?

Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld