Voorontwerp decreet Kinderopvang goed

, 1.306 keer bekeken
Mijlpaal voor kinderopvang
De Vlaamse Regering gaf vandaag - op voorstel van Vlaams minister Jo Vandeurzen - haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet Voorschoolse Kinderopvang.

Het decreet plant stapsgewijs voldoende, toegankelijke, betaalbare, kwaliteitsvolle en leefbare kinderopvang. Dit is de eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering. Het voorontwerp gaat nu voor advies naar de Strategische Adviesraad WGG, de SERV en de Raad van State. Er volgt ook een Jongere- en Kindeffectrapportage. Wellicht leidt dit nog tot aanpassingen aan het voorontwerp. Daarna geeft de Vlaamse Regering een definitief akkoord en zal het Vlaams Parlement het ontwerpdecreet bespreken.

Vernieuwing kinderopvang


Het voorontwerp benadrukt de drie maatschappelijke functies van kinderopvang:
  • de economische functie: kinderopvang geeft ouders de mogelijkheid om te werken of een opleiding te volgen;

  • de pedagogische functie: kinderopvang vult de opvoeding van ouders aan;

  • de sociale functie: kinderopvang geeft kansen aan elk kind, waar en hoe het ook geboren is of opgroeit.


Een decreet op maat van het kind


Het voorontwerp van decreet heeft zowel gevolgen voor de organisatie van de kinderopvang als voor de regelgeving in en omheen kinderopvang.

Wat verandert er?
  • Dit decreet regelt drie soorten voorschoolse kinderopvang: gezinsopvang, groepsopvang en opvang aan huis voor jonge kinderen tot de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool gaan.


  • Alle voorzieningen voor kinderopvang moeten voldoen aan een basiskwaliteit. Ze moeten een vergunning hebben die dat bevestigt. Zonder vergunning mag een voorziening niet werken. Louter gemelde voorschoolse kinderopvang zal niet meer mogelijk zijn. De vergunningsvoorwaarden zijn gelijk voor elke soort opvang. Ze gaan onder meer over:
    • de vereiste competenties voor verantwoordelijken en voor begeleiders;

    • de infrastructuur en werking van de voorziening;

    • de zorg voor de fysieke en psychische veiligheid en gezondheid van kinderen;

    • het omgaan met crisissituaties;

    • de samenwerking met ouders, Kind en Gezin en andere opvangvoorzieningen.


  • De vergunningsvoorwaarden worden wettelijk vastgelegd en gecontroleerd. Elke voorziening moet ook zichzelf evalueren en de tevredenheid van de ouders nagaan.


  • De huidige versnippering in subsidiëring wordt weggewerkt. Er komt een getrapt subsidiesysteem, dat gelijk is voor alle voorzieningen met een vergunning voor gezinsopvang en voor alle voorzieningen met een vergunning voor groepsopvang. Er zijn vier subsidietrappen:
    1. Elke gezins- en groepsopvang krijgt een basistegemoetkoming. Wie enkel deze subsidie krijgt, bepaalt vrij de ouderbijdrage.

    2. Wie het inkomensgerelateerde bijdragesysteem volgt, krijgt een bijkomende subsidie om op een leefbare manier te kunnen werken.

    3. De opvang kan het subsidieniveau voort verhogen als ze de sociale functie van de kinderopvang specifiek uitbouwt ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen.

    4. De opvang kan een extra subsidie krijgen voor specifieke bijkomende opdrachten zoals flexibele opvang of inclusieve opvang, of voor specifiek vernieuwende projecten.

    De subsidies zullen vanaf de tweede trap door een programmatiekader gevat worden. Voor opvang aan huis kan de Vlaamse Regering later nog beslissen om subsidiëring te voorzien.


  • De Vlaamse Gemeenschap engageert zich met dit decreet om het aantal kinderopvangplaatsen voort te laten toenemen in functie van de behoefte. Ze beoogt:
    • Een aanbod voor minstens de helft van de kinderen tot 3 jaar tegen 2016, zodat dan al de doelstelling van Pact 2020 wordt gehaald;

    • Een aanbod voor alle kinderen met een behoefte aan voorschoolse kinderopvang tegen 2020.


  • De behoefte aan voorschoolse kinderopvang wordt wetenschappelijk geraamd.


  • Er komen lokale loketten kinderopvang voor informatie en ondersteuning aan ouders op zoek naar opvang. Alle vragen worden geregistreerd en elk gezin krijgt binnen een redelijke tijd een antwoord op zijn opvangvraag.


  • Het decreet stuurt aan op samenwerking in de kinderopvangsector. Op die manier kunnen kennis en inzicht gedeeld worden, wordt vermeden dat opvangvoorzieningen geïsoleerd werken en kan beter ingespeeld worden op de lokale behoeften rond kinderopvang.


Transitie naar de nieuwe situatie


Het decreet zal een belangrijke verandering voor de Vlaamse kinderopvang betekenen. Deze overgang wordt niet in één dag gerealiseerd. Het wordt een transitieproces van enkele jaren. De eerste stap is dit decreet. De inwerkingtreding zal gebeuren met de eerste uitvoeringsbesluiten in januari 2012. De sector zal uitbreiding kennen volgens de regels van het decreet. De opvangvoorzieningen zullen de nodige tijd krijgen om zich op deze veranderingen voor te bereiden. Onder meer de Vlaamse overheid zal hen hierbij ondersteunen.

In het nieuwe subsidiesysteem is er aandacht voor het behoud en waar mogelijk voor het versterken van de leefbaarheid van de opvangvoorzieningen.

Om deze transitie te begeleiden in communicatie met alle actoren, stelde Kind en Gezin op vraag van minister Vandeurzen een transitiemanager aan: Filip Winderickx (zie foto). Hij was de afgelopen jaren reeds nauw betrokken bij de voorbereidingen van het decreet.


Meer informatie:


Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld