Aantal jonge kinderen in Vlaanderen steeds groter

, 1.369 keer bekeken
Grote impact op vraag naar kinderopvang

Vandaag verschijnt de veertiende editie van 'Het kind in Vlaanderen'. Het aantal geboorten zit in de lift. Samen met de relatieve toename van het gebruik van formele kinderopvang heeft dit een grote impact op de vraag naar kinderopvang. De kansarmoede-index vertoont doorheen de jaren een stijgende trend en ligt bij allochtone kinderen merkelijk hoger dan bij autochtone. Het geven van borstvoeding neemt verder toe. Belangrijke aandachtspunten bij de preventie van wiegendood zijn de houding waarin het kind te slapen wordt gelegd en de blootstelling aan rook.


Met 'Het kind in Vlaanderen 2010' neemt Kind en Gezin de oproep ter harte voor betrouwbare en systematische dataverzameling om de leefsituatie van jonge kinderen op te volgen. Deze oproep werd expliciet geformuleerd door het Internationaal Comité voor de Rechten van het Kind in juni 2010.

Geboorten en aantal kinderen


Kind en Gezin registreerde in 2010 71 200 geboorten in het Vlaams Gewest. Dit is 1,7% meer dan het jaar daarvoor. Ten opzichte van 2001, het eerste jaar waarvoor Kind en Gezin een eigen geboortecijfer opmaakte, is dit een stijging met ruim 15%.

De aanhoudende toename van het aantal geboorten laat zich zien in het aantal jonge kinderen*.
Van 2009 naar 2010 nam het aantal kinderen onder de 3 jaar toe met 3047 (+1,5%). Het aantal kinderen van 3 tot 6 jaar nam toe met 6068 (+3,1%).
In 'Het kind in Vlaanderen 2010' worden ook de prognoses** voor de komende jaren uitvoerig toegelicht. Van 2008 naar 2020 zou het aantal kinderen jonger dan 3 jaar toenemen van ruim 198 000 naar ruim 216 00 (+ ruim 18 000), het aantal kinderen van 3 tot 6 jaar van ruim 190 000 naar ruim 221 000 (+ bijna 31 000) en het aantal kinderen van 6 tot 12 jaar van ruim 396 000 naar ruim 430 500 (+ ruim 34.500).
* Cijfers gebaseerd op de officiële bevolkingscijfers van ADSEI (FOD Economie).
** Prognoses van de Studiedienst van de Vlaamse Regering, eveneens gebaseerd op cijfers van ADSEI.

Kinderopvang voor kinderen onder de 3 jaar


Het gebruik van formele kinderopvang nam in 2010 verder toe. 47,2% van de kinderen van 2 maanden tot 3 jaar werd opgevangen in een kinderdagverblijf of bij een onthaalouder. Tegenover 44,5% in 2009. De meest gebruikte opvangvorm blijft de onthaalouder aangesloten bij een dienst. Deze onthaalouders vangen 17,9% op van de kinderen van 2 maanden tot 3 jaar. De zelfstandige groepsopvang komt op de tweede plaats, met 14,3%. De erkende en gesubsidieerde kinderverblijven komen op de derde plaats met 9,7%. De voorbije jaren is vooral de opvang in de zelfstandige groepsopvang gestegen (van 9,2% in 2006 naar 14,3% in 2010).

Wiegendood en preventiemaatregelen


Het laatste beschikbare cijfer dateert van 2008. Met 18 sterfgevallen ligt het aantal gevallen van wiegendood op een laag niveau.

Belangrijke aandachtspunten bij de preventie van wiegendood zijn de houding waarin het kind te slapen wordt gelegd en de blootstelling aan rook, naast de temperatuur en de nabijheid.
Uit de Gezondheidsenquête 2008 leren we dat 44% van de gezinnen systematisch de baby op de rug te slapen legt. Sedert de eerste Gezondheidsenquête in 1997 is er een positieve evolutie. Bij tweeoudergezinnen is er een significante stijging. Maar in eenoudergezinnen is er eerder een daling.
Minstens 14% van de kinderen is vóór of kort na de geboorte blootgesteld geweest aan rook omdat de moeder rookte (11,9%) of omdat de niet-rokende moeder blootgesteld was aan rook in de woning (2,3%). In het onderzoek JOnG! waarin blootstelling aan rook werd bevraagd, werd ook vastgesteld dat ongeveer 10% van de vrouwen stopte met roken tijdens of na de zwangerschap.
Blootstelling aan rook ligt hoger bij kinderen van laag opgeleide moeders, van moeders zonder betaald werk, van moeders met een lager gezinsinkomen en bij kinderen in een kansarm gezin.

Borstvoeding


Het geven van borstvoeding, waarvan de voordelen voor de gezondheid van de baby en de moeder duidelijk zijn, neemt verder toe. In 2010 kreeg 67,8% van de kinderen op dag 6 uitsluitend borstvoeding tegenover 66,5% in 2009.

Armoede en kansarmoede


Volgens de kansarmoede-index van Kind en Gezin leeft 8,6% van de zeer jonge kinderen in een kansarm gezin. Kansarmoede verwijst naar een duurzame toestand van achterstand op vlak van ontwikkeling van de kinderen, opleiding van de ouders, arbeidssituatie, huisvesting, inkomen en gezondheid.
De kansarmoede-index vertoont doorheen de jaren een stijgende trend, van 6,0 in 2001 naar 8,6 in 2010. Deze index ligt bij allochtone kinderen merkelijk hoger dan bij autochtone. Bij autochtone kinderen bedraagt de index 4,1% en zien we slechts een zeer lichte stijging sedert 2001 (2001=3,7%). Bij allochtone kinderen bedraagt de index 23,4% en is er een sterkere toename sedert 2001 (2001=19,6%).

In Vlaanderen blijft de groep kinderen die in een gezin woont waarin geen enkele volwassene werkt, aanzienlijk: 10,8% in 2007. Tewerkstelling is heel belangrijk in de bestrijding van armoede. Armoedecijfers tonen duidelijk de samenhang aan tussen niet werken en armoede.
'Het kind in Vlaanderen' zoomt in op de kinderen bij een alleenstaande moeder. In 2007 lag het percentage kinderen met een werkende alleenstaande moeder merkelijk hoger dan in 2001. Zo steeg het percentage bij kinderen onder de 3 jaar bij een werkende alleenstaande moeder van 47,5% naar 54,5%.

Kinderwens


Uit het onderzoek JOnG! van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin leren we dat 13,5% van de spontane zwangerschappen ongepland zijn. Bij derde en volgende kinderen ligt het percentage ongeplande zwangerschappen wel heel wat hoger (29,3%). Uit hetzelfde onderzoek vernemen we dat voor 64% van de vrouwen die spontaan zwanger werden er hoogstens 3 maanden verliepen tussen het moment dat ze wensten zwanger te worden en het ontstaan van de zwangerschap. Bij 7,3% is er sprake van verminderde vruchtbaarheid; het duurde langer dan 12 maanden vooraleer de vrouw zwanger werd.

Het kind in Vlaanderen online


In 'Het kind in Vlaanderen' staan nog meer demografische gegevens (aandeel allochtone kinderen, adoptie,…), gegevens over kinderopvang en over armoede en kansarmoede. U vindt er ook gegevens over de gezinssituatie van jonge kinderen (gezinssamenstelling, verblijfsregeling na een echtscheiding,…), over gezondheid en ontwikkeling en over gezondheidsgerelateerd gedrag (vaccinatie, inname van foliumzuursupplementen, blootstelling aan rook, woonomstandigheden, tandzorg,…).

Het volledige rapport is beschikbaar op:


Inloggen

Let op: Je login van de oude site werkt hier niet! Kijk hier voor meer info.

Hou me aangemeld