< 9Maand-Sponsor >



< Publiciteit >

Geboortelijstactie

Chauffage Verzelen

Kind & Gezin

VLOV

Home » Zwanger » Woordenlijst

Woordenlijst



A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A

Aambeien
Gezwollen bloedvaten in of rond de aars.

Aangeboren afwijking
Afwijking die reeds bij de geboorte aanwezig is.

Aangezichtsligging
Positie waarbij de baby eerst met zijn gezicht in het geboortekanaal komt.

Aërobe lichaamsbeweging
Beweging die de hartslag en het zuurstofverbruik verhoogt.

AIDS
Afkorting van Acquired Immune Deficiency Syndrome. Een ziekte die het lichaam sterk verzwakt en meestal fataal is omdat het immuniteitssysteem wordt aangetast. Ze wordt veroorzaakt door het HIV-virus (Human Immune Deficiency).

Alfafetoproteine (AFP)
Stof die de ongeboren baby tijdens zijn groei aanmaakt en die rijkelijk aanwezig is in het vruchtwater. Bij een foetus met een open ruggetje is er een te grote hoeveelheid AFP in het bloed van de moeder.

Alveoli
Longblaasjes die zich aan het uiteinde van de luchtpijptakken bevinden.

Amenorrhoe
Uitblijven van de menstruatie, een aanwijzing voor zwangerschap.

Aminozuren
Bouwstoffen die in het embryo en de foetus aanwezig zijn.

Amniocentese
Zie vruchtwaterpunctie

Amnioscopie
Methode om het vruchtwater te bekijken door een buisje met een lampje, dat via de vagina tot op de vliezen is binnengebracht. Dit onderzoek kan na de 36ste week.

Anemie
Zie bloedarmoede

Anencefalie
Aangeboren afwijking, waarbij het schedeldak vrijwel volledig ontbreekt en de grote hersenen volledig ontbreke.

Angioom
Tumor, meestal goedaardig, of zwelling bestaande uit lymfevaten en bloedvaten.

Anovulatiore cyclus
Menstruele periode waarin geen eisprong optreedt.

Apgar-test
Test onmiddelijk na de geboorte uitgevoerd. de baby wordt beoordeeld op kleur, ademhaling, spierspanning, hartslag en reflexen. Na 5 minuten wordt de test nog es herhaald en geeft een snelle indruk van de conditie van de baby.

Areola
Tepelhof, het donkere gedeelte rond de tepel.

Aritmie
Onregelmatige hartslag.

Auto-immuniteit
Toestand waarbij het lichaam antistoffen aanmaakt die het eigen weefsel aantasten.



B

Baarmoeder
Orgaan waarin het embryo/de foetus groeit.

Baarmoedereratonie
Verslapte, ontspannen baarmoeder. Gebrek aan spierspanning.

Baby blues
Gematigde depressie na de bevalling.

Bevruchting
Versmelting van een zaadcel met een eicel.

Bilirubine
Stof die vrijkomt in de lever bij de afbraak van de rode bloedlichaampjes.

Binnenste kiemblad
Weefsellaag in het beginstadium van de zwangerschap, waaruit het spijsverteringsstelsel, de luchtwegen, de vagina, de blaas en de urineleiders ontstaan. Wordt ook endoderm genoemd.

Biofysisch profiel
Methode om het ongeboren kind te evalueren.

Biopsie
Het verwijderen van een klein stukje weefsel voor microscopisch onderzoek.

Blastomeer
Een van de cellen waarin de eicel zich opsplitst na de bevruchting.

Bloedarmoede
Toestand waarbij het bloed te weinig rode bloedlichaampjes bevat. Meestal een tekort aan zuurstoftransporterend materiaal in het bloed, dus de rode bloedcellen. Wordt ook anemie genoemd.

Braxton-hicks contractie
Zie harde buiken

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap
Zwangerschap buiten de baarmoeder, bvb in de eileider.

Buitenste kiemblad
Laag in het zich ontwikkelende embryo, waaruit de huid,tanden, mondklieren, zenuwstelsel en de hypofyse groeien. Wordt ook ectoderm genoemd.



C

Cataract
Troebelheid van de ooglens.

Cardiotocograaf
Toestel waarmee de hartslag van de ongeboren baby en de weeënactiviteit kunnen worden gevolgd.

Cervix
De baarmoederhals.

Cervixinsufficientie
Baarmoedermond die zonder contracties of pijn ontsluit waardoor, vaak te vroeg, een niet-levensvatbare foetus wordt geboren.

Chemotherapie
Methode om een ziekte met chemische stoffen of geneesmiddelen te bestrijden.

Chlamydia
Seksueel overdraagbare aandoening aan de geslachtsorganen.

Chloasma
Zie zwangerschapsmasker

Clitoris
De kittelaar, Het orgaan voor seksuele prikkeling bij de vrouw.

Coitus
Geslachtsgemeenschap.

Chorionvlokkentest
Zie vlokkentest

Colostrum
Dunne, gele vloeistof. De eerste melk die door de melkklieren wordt afgescheiden. Komt voor tegen het einde van de zwangerschap en heeft een andere samenstelling dan de melk die later geproduceerd wordt.

Condylomata acuminata
Vergroeiingen of wratten op de huid die overgedragen worden door seksueel contact. Ook als genitale wratten gekend.

Conisatie van de baarmoedermond
Chirurgische ingreep bij verdacht weefsel in de baarmoedermond. Men neemt een grote kegelvormige biopsie van de baarmoedermond.

Constipatie
Onregelmatige of onvoldoende darmwerking.

Contractie
Ander woord voor wee.

CTG-apparaat
Zie cardiotocograaf

Curettage
Schoonmaken van de baarmoeder.

Cystitis
Blaasontsteking.

Cytomegalie
Groep van virussen die verwant is met het herpesvirus.



D

Diastasis recti
Scheiding van de buikspieren.

Diethylstilbestrol (DES)
Niet-steroide kunstmatig vervaardigd oestrogeen. Werd vroeger gebruikt om miskramen te voorkomen.

Dilateren
Ontsluiten.

Dreigende miskraam
Bloedverlies zonder contracties tijden het eerste trimester.

Dwarsligging
Positie waarbij de foetus op zijn zij in de baarmoeder ligt.

Dysmatuur
Baby met een te laag gewicht voor de duur van de zwangerschap.

Dyspareunie
Pijn bij de geslachtsgemeenschap.

Dysurie
Moeilijk of pijnlijk urineren.



E

Echograaf
Een apparaat waarmee het kind in de baarmoeder, gebruik makend van hogefrequente geluidsgolven, op een beeldscherm kan worden zichtbaar gemaakt.

Eclampsie
Stuiptrekkingen en coma bij een vrouw met pre-eclampsie. Houdt geen verband met epilepsie. Wordt ook zwangerschapsstuipen genoemd.

Ectoderm
Zie buitenste kiemblad

Eeneiige tweeling
Tweeling die ontstaan is uit 1 eicel. Wordt ook identieke tweeling genoemd

Eileider
Buis die aan de ene kant tegen de eierstok ligt en aan het andere einde in de baarmoeder uitmondt.

Elektro-encefalogram
Registratie van de elektrische activiteit in de hersenen.

Embryo
Benaming voor de vrucht in het begin van de zwangerschap.

Embryonaal stadium
Eerste 9 weken van de zwangerschap.

Endoderm
Zie binnenste kiemblad

Endometrische cyclus
Regelmatig terugkerende ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies, die begint met de voorbereiding op een zwangerschap en eindigt met het afscheiden van het slijmvlies tijdens een menstruatie.

Endometrium
Baarmoederslijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt.

Enzym
Eiwit dat aangemaakt wordt door de cellen. Maakt scheikundige reacties in de andere stoffen mogelijk of bevordert ze.

Epidurale verdoving
Soort plaatselijke verdoving waarbij men de medicatie inspuit rond het ruggenmerg tijdens de bevalling of een chirurgische ingreep.

Episiotomie
Het inknippen van de vulva (zone achter de vagina, boven de aars) tijdens de bevalling om te voorkomen dat de schede-opening en de aars inscheuren. Ook wel de knip genoemd.

Exotoxinena
Giftige stoffen afkomstig van een bron buiten het lichaam.



F

Ferrogluconaat
IJzersupplement.

Fibrine
Elastisch eiwit dat belangrijk is voor de bloedstolling.

Foetaal
Van de foetus.

Foetaal kropgezwel
Zwelling van de schildklier bij de foetus.

Foetaal stadium
Stadium dat volgt op de embryonale periode en duurt tot de geboorte.

Foetale anomalie
Misvorming of abnormale ontwikkeling van de foetus.

Foetale aritmie
Onregelmatige hartslag bij de foetus.

Foetale groeiachterstand
Gebrekkige ontwikkeling van de foetus in de laatste stadia van de zwangerschap.

Foetale leeftijd
Berekening van de zwangerschapsduur vanaf het moment van de bevruchting. 2 weken korter dan de zwangerschapsduur.

Foetale monitor
Instrument dat voor en tijdens de bevalling de hartslag van de foetus registreert. De baby in de baarmoeder kan extern (elektroden worden aangebracht op de buik van de moeder) of intern (elektroden worden aangebracht via de schede van de moeder) onderzocht worden.

Foetus
Term die verwijst naar de ongeboren baby vanaf 10 weken tot aan de geboorte.

Forceps
Zie verlostang

Fundus
Bovenkant van de baarmoeder.



G

Gebroken vruchtvliezen (water)
Vruchtwaterverlies uit de vruchtzak.

Geel lichaam
Plaats waar de eicel bij de ovulatie uit de eierstok vrijkomt. Na de eisprong kan daar een cyste gevormd worden.

Geelzucht
Gelige kleur van de huid, de ogen en het diepere weefsel, veroorzaakt door een teveel aan bilirubine. Wordt behandeld met lichttherapie.

Genetische counseling
Overleg tussen het echtpaar en de specialist over genetische afwijkingen en mogelijke genetische problemen tijdens de zwangerschap.

Genitale herpes simplex
Herpes simplex-ontsteking van de genitale zone. Bij de bevalling kan de baby besmet worden met het virus.

Genitale wratten
Zie condylomata acuminata

Gespleten verhemelte
Afwijking aan het verhemelte, de bovenkaak of de mond.

Globulinen
Eiwitten die in het bloedplasma of -serum voorkomen.

Glucosurie
Aanwezigheid van glucose in de urine.

Gonorroe
Besmettelijke geslachtsziekte die voornamelijk wordt overgedragen door geslachtsgemeenschap.

Gravida
Zwangere vrouw.

Groeiachterstand
Toestand waarbij de baby zich trager dan normaal ontwikkelt.

Groep-B streptokokkeninfetcie
Ernstige infectie in de vagina of keel van de aanstaande moeder.

Gynaecoloog
Specialist in vrouwenziekten.



H

Habituele miskraam
3 of meer op elkaar volgende spontane miskramen.

Harde buiken
Onregelmatige, pijnloze contracties van de baarmoeder tijdens de zwangerschap.

HCG (human chorionic gonadotropin)
Hormoon dat in het begin van de zwangerschap gemeten wordt. Ook zwangerschapstesten meten het HCG-gehalte in de urine.

Hematocriet
Verhouding tussen bloedcellen en plasma. Belangrijk bij de diagnose van bloedarmoede.

Hemoglobine
Pigment in de rode bloedlichaampjes dat de zuurstof naar de verschillende delen transporteert.

Hemolytische ziekte
Zie bloedarmoede

Heparine
Geneesmiddel om het bloed te verdunnen.

Huidsmeer
Zie vernix

Hyaliene membraanziekte
Ademhalingsafwijking bij een pasgeborene.

Hydramnion
Een teveel aan vruchtwater.

Hydrocefalie
Opeenhoping van vloeistof rond de hersenen van een baby. Wordt ook waterhoofd genoemd.

Hyperemesis gravidarum
Zie zwangerschapsbraken.

Hyperglycemie
Verhoogd gehalte aan suiker in het bloed.

Hypertensie
Hoge bloeddruk.

Hypoglycaemie
Laag bloedsuikergehalte dat voorkomt bij baby's die geleden hebben onder een moeilijke bevalling, te vroeg geboren baby's of baby's van moeders met suikerziekte. De baby heeft misschien extra suiker nodig.

Hypoplasie
Gebrekkige of onvolledige ontwikkeling van een orgaan of weefsel.

Hypotensie
Lage bloeddruk.



I

Indentieke tweeling
Zie eeneiige tweeling

Ijzersulfaat
Ijzersupplement.

Ijzertekort
Bloedarmoede als gevolg van een tekort aan ijzer. Komt wel vaker voor tijdens de zwangerschap. Zie bloedarmoede.

Immunoglobuline
Stof die besmetting met bepaalde ziekten, bvb hepatitis of mazelen, voorkomt.

Infuus
Het inbrengen van vloeistoffen in de bloedbaan via een dun hol naaldje in de ader.

In utero
In de baarmoeder.

Inknippen
Zie episiotomie

Insuline
Hormoon dat wordt aangemaakt door de aalvleesklier. Verlaagt de bloedsuiker.

Intra-uteriene groeiachterstand
Zie foetale groeiachterstand



J



K

Keizersnee
Ingreep waardoor de baby door een incisie in de buik geboren wordt en niet door de vagina komt.

Kiembladen
Lagen van weefsel die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de baby.

Kraamvrouw
Vrouw die juist bevallen is en nog moet rusten.

Kruin-tot-stuit lengte
Lengte van de baby gemeten van het hoofd (kruin) tot aan de billetjes (stuit).



L

Lanugo
Nesthaar, het donzige lichaamshaar van de ongeboren baby.

Laparoscopie
Kleinen chirurgische ingreep die uitgevored wordt om bvb een buitenbaarmoederlijke zwangerschap vast te stellen.

Lavement
Vloeistof die in de aars geinjecteerd wordt om de darmen te reinigen.

Leucorree
Vaginale, vooral slijmerige afscheiding met een witte of gelige kleur.

Leven voelen
De baby in de baarmoeder voelen bewegen.

Lichttherapie
Zie geelzucht

Linea nigra
Zie zwangerschapslijn

Lochia
Het vocht dat bij de vloeiingen van de kraamvrouw in de periode na de bevalling wordt afgescheiden.

Longembolie
Bloedklonter die van een ander lichaamsdeel naar de longen reist. Kan de doorgang naar de longen blokkeren en voor zuurstoftekort zorgen.



M

Maagzuur, brandend
Ongemak of pijn in de borst. Komt meestal voor na eten.

Mammografie
Rontgenonderzoek van de borst om vast te stellen of het borstweefsel al den niet abnormaal is.

Meconium
Eerste, groen-zwarte ontlasting van een pasgeborene, die bestaat uit oude cellen, slijm en gal. Wordt voor, tijdens of in de eerste dagen na de geboorte uitgescheiden.

Melanoom
Moedervlek of tumor, al dan niet wijzend op kanker.

Meningomyelocele
Aangeboren afwijking aan het centrale zenuwstelsel van een baby. Een gedeelte van de ruggemergvliezen en het ruggemerg stulpen door een opening in de ruggegraat naar buiten.

Menstruatie
Maandelijkse bloeding afkomstig uit de baarmoeder.

Mesoderm
Zie middelste kiemblad

Metaplasie
Abnormale verandering in de structuur van een weefsel.

Microcefalie
Abnormaal kleine ontwikkeling van het hoofd van de foetus.

Middelste kiemblad
Weefsellaag in het embryo waaruit bindweefsel, spieren, nieren, urineleiders en andere organen ontstaan. Wordt ook mesoderm genoemd.

Miskraam
Geboorte van een niet-levensvatbaar kind voor de 28e zwangerschapsweek. Daarna spreekt men van een doodgeboren kind.

Mittelschmerz
Pijn wanneer de eisprong plaatsvindt.

Moederkoek
Zie placenta

Moerbei
Hoopje cellen dat ontstaat uit de eerste celdeling van de bevruchte eicel.

Molazwangerschap
Afwijking waarbij de placenta cysten vertoont. Wordt gekemerkt door bloedverlies in het begin-en middenstadium van de zwangerschap.

Monitor
Zie cardiotocograaf

Morula
Zie moerbei

Multigravida
Vrouw die voor de 2de keer of meer zwanger is.

Mutaties
Veranderingen in een gen.



N

Nageboorte
Zie placenta

Navelstreng
Verbindt de placenta met de baby. Voert zuurstofarmbloed en afvalproducten van de baby af en brengt voedingsstoffen en zuurstofrijk bloed van de moeder naar de baby.

Navelstreng-bloedtest
Hierbij wordt een dunne naald door de buikwand van de moeder in de foetale ader in de navelstreng gebracht. Op deze manier kan het bloed van de foetus worden getest, kunnen medicijnen rechtstreeks bij de foetus worden ingespoten en kan er zelfs een bloedtransfusie in de baarmoeder gebeuren.

Niet-identieke tweeling
Zie twee-eiige tweeling



O

Ochtendmisselijkheid
Misselijkheid en braken in het begin van de zwangerschap. Is het heel ernstig, dan wordt het ook hyperemesis gravidarum genoemd.

Oedeem
Vochtophopingen in het lichaamsweefsel.

Oestriol
Een vorm van oestrogeen. In een vergevorderd stadium van de zwangerschap, kan de hoeveelheid oestriol in de urine of het bloed worden onderzocht om na te gaan of de placenta goed werkt.

Oligohydramnion
Afwezigheid of tekort aan vruchtwater.

Omfalocele
Navelstrengbreuk, waarbij de organen van de foetus of pasgeborene uitpuilen.

Onder-water-bevalling
Geboorte waarbij de moeder in water (bad) zit en de baby hierdoor onder water wordt geboren.

Onvermijdelijke miskraam
Een miskraam is onvermijdelijk als de vrucht in de baarmoeder sterft.

Onvolkomen stuitligging
De billetjes van de baby liggen eerst, voor het geboortekanaal. De benen zijn opgetrokken en vanaf de knieen uitgestrekt.

Onvolledige miskraam
Miskraam waarbij een gedeelte, maar niet alles uit de baarmoeder gestoten wordt.

Open ruggetje
Zie spina bifida

Organogenese
Ontwikkeling van de organen bij de foetus.

Ossificatie
Botvorming.

Ovulatie
De eisprong.

Oxitocine
Hormoon dat contracties opwekt.



P

Paracervicale verdoving
Plaatselijke verdoving voor de ontsluiting van de baarmoederhals.

Partus
De bevalling.

Pediater
Kinderarts.

Pelvimetrie
Meting van het geboortekanaal of bekken door middel van rontgenstralen.

Perinatoloog
Arts gespecialiseerd in de behandeling van hoog-risico zwangerschappen.

Perineum
De huid rond de vagina en tussen de vagina en aars.

Placenta praevia
Voorliggende placenta. De placenta ligt geheel of gedeeltelijk voor de baarmoedermond.

Placenta
Moederkoek of nageboorte. Orgaan in de baarmoeder dat via de navelstreng verbonden is met de foetus en dat van levensbelang is voor de groei en de ontwikkeling van de foetus.

Placentaloslating
Het te vroeg loskomen van de placenta.

Placentamegalie
Abnormaal sterke groei van de placenta.

Polyhydramnion
Zie hydramnion

Postmatuur
"Te laat" geboren, geboren na 42 weken zwangerschap.

Postnataal
Na de geboorte.

Postpartum hemorragie
Hevig (meer dan 450 ml) bloedverlies na de bevalling.

Postpartum stress
Depressie na de bevalling, varierend van baby blues, postnatale depressie tot postnatale psychose.

Predictor
Doe-het-zelf zwangerschapstest.

Pre-eclampsie
Een combinatie van symptomen, die alleen tijdens de zwangerschap voorkomt. Stadium voorafgaannd aan eclampsie. Behalve door oedeem, hoge bloeddruk en eiwit in de urine, wordt gekenmerkt door klachten zoals hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid en soms depressiviteit.

Prematuur
Te vroeg geboren, geboren voor 37 weken zwangerschap.

Primigravida
Een vrouw die voor het eerst zwanger is.

Primipara
Een vrouw die voor het eerst bevalt.

Progestron
Hormoon aangemaakt door het geel lichaam (Corpus luteum) en later door de placenta.

Proteinurie
Het aanwezig zijn van eiwit in de urine.

Pruritus gravidarum
Jeuk tijdens de zwangerschap.



Q



R

Rechtstand
Zie vertex

Rekkingspijn
Ook wel bandenpijn genoemd. Pijn doordat de banden aan de zijkant van de baarmoeder uitgerekt worden.

Resusincompabiliteit
Productie van antilichamen die de rode bloedcellen van een ander individu, bvb je ongeboren baby, aanvallen. Komt vooral voor bij de 2de of volgende zwangerschap van een vrouw die resusnegatief is.

Resusnegatief
De afwezigheid van de resusfactor in het bloed.

Rubella
Rodehond.

Ruggenprik
Zie epidurale verdoving



S

Schaambeen
Bot dat in het midden van het bekken ligt. Vanaf deze plaats wordt, tijdens de zwangerschap, de grootte van de baarmoeder gemeten.

Sectio caesarea
keizersnee.

Seksueel overdraagbare aandoening (SAO)
Verzamelnaam van infecties die worden overgedragen door onbeschermd seksueel contact.

Serotiniteit
Een zwangerschap die langer duurt dan 42 weken.

Siamese tweeling
Tweelingskinderen die met elkaar vergroeid zijn, vaak delen ze vitale organen.

Slijmprop
Slijmerige massa die de baarmoedermond afsluit.

Spataders
Uitgerekte of opgezwollen bloedvaten (aders).

Speculum
Instrument dat het inwendig onderzoek bij een vrouw vergemakkelijkt daardat het het vaginale weefsel openspert.

Spina bifida
Aangeboren afwijking die gekenmerkt wordt door een misvorming van de ruggengraat. Staat beter bekend als open ruggetje.

Spinale anesthesie
Verdoving via de rug.

Spontane miskraam
Spontane beeindiging van een zwangerschap.

Spruw
Schimmelinfectie in de mond of de slijmvliezen van de pasgeborene.

Striae
Doordat je huid in korte tijd enorm moet oprekken, kunnen er kleine scheurtjes onstaan: zwangerschapsstrepen.

Stuitligging
Anders dan normale ligging van de foetus. Niet het hoofd, maar de billetjes of benen zitten eerst in het geboortekanaal.

Surfactant
De stof die ervoor zorgt da de longblaasjes niet na elke inademing gaan inklappen.

Syfilis
Seksueel overdraagbare geslachtsziekte.



T

Teken van Chadwick
Donkerblauwe of paarse verkleuring van het slijmvlies in de vagina en baarmoedermond tijdens de zwangerschap.

Tekenen
Kleine hoeveelheid bloedverlies uit de vagina in het laatste stadium van de zwangerschap, vaak een eerste teken van de naderende bevalling.

Teratogenen
Factoren die voor een abnormale ontwikkeling van het embryo zorgen.

Teratologie
Wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van de oorzaken van een abnormale ontwikkeling bij het embryo.

Tochodynamometer
Een drukmeter die met een band op de vrouw haar buik wordt bevestigd om de kracht van de weeën te meten.

Tocolyse
Het stopzetten van vroegtijdige contracties.

Tocolytica
Medicatie om contracties of te remmen.

Toucheren
Inwendig onderzoeken om de grootte van de ontsluiting te weten te komen.

Toxicose
Zie pre-eclampsie

Toxoplasmose
Normaal gezien redelijk banale infectie, overgedragen door eieren van darmparasieten bij vnl. de kat. Krijg je deze infectie in de eerste 3 maand van de zwangerschap kan ze ernstige afwijkingen veroorzaken bij je baby.

Trimester
Elk van de 3 periodes waarin de zwangerschap opgedeeld wordt. Een trimester duurt ongeveer 13 weken.

Trofoblast
Cellaag die belangrijk is in het begin van de foetale en embryonale ontwikkeling. Ze zorgt ervoor dat de foetus voedingsstoffen krijgt van de moeder en dat de placenta zicht ontwikkelt.

Trombose
De vorming van een bloedklonter.

Twee-eiige tweeling
Niet-identieke tweeling die voorkomt uit 2 verschillende eicellen.



U

Uitstrijkje
Routineonderzoek om de eventuele aanwezigheid van kanker in de baarmoederhals op te sporen.

Ultrasonor
Zie echograaf

Ureters
Urineleiders die de urine van de nieren naar de blaas voeren.

Uterus
Zie baarmoeder



V

Vaccin
Vloeistof met verzwakte of dode micro-organismen, die geinjecteerd wordt zodat het lichaam antistoffen kan produceren tegen bepaalde ziektes.

Vacuumextractor
Instrument met een zuignap dat gebruikt wordt om tijdens de bevalling het kind uit het geboortekanaal te leiden. Ook vacuumpomp genoemd.

Vacuumpomp
Zie vacuumextractor

Vaginale schimmelinfectie
Ontsteking die veroorzaakt wordt door een schimmel en meestal vagina en vulva aantast.

Valse weeen
Contracties van de baarmoeder zonder dat de baarmoederhals onsluit.

Verloskundige
Moderne benaming voor vroedvrouw

Verlostang
Instrument waarmee men de baby uit het geboortekanaal helpt.

Vermoedelijke bevallingsdatum
Verwachte geboortedatum, 280 dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie.

Vernix
Vette substantie die de huid van de foetus in de baarmoeder beschermt.

Verstrijken
Het dunner worden van de baarmoederhals.

Vertex
De ligging waarbij de foetus met het hoofd eerst in het geboortekanaal komt.

Vlokken
Uitstulping van slijmvlies in de placenta, is heel belangrijkvoor de uitwisseling van voedingsstoffen uit het bloed van de moeder naar de placenta en de foetus.

Vlokkentest
Diagnosetest die in het begin van de zwangerschap uitgevoerd wordt. Men maakt via de opening van de baarmoederhals een biopsie van het weefsel in de baarmoeder om zo eventuele afwijkingen op te sporen.

Voorhoofsligging
Zie aangezichtsligging

Voortijdige bevalling
Bevalling voor de 38ste week van de zwangerschap.

Vroedvrouw
Vrouw (of man) die instaat voor de zorg rondom de fysiologie van de zwangerschap, de baring en het kraambed. Zowel qua medische als psychosociale begeleiding.

Vruchtwater
Vloeistof die de baby in de vruchtzak omgeeft.

Vruchtwaterpunctie
Wegname van een kleinde hoeveelheid vruchtwater, dat gebruikt wordt om genetische afwijkingen op te sporen.

Vruchtzak
Zak waarin de baby, de placenta en het vruchtwater zitten.



W

Waterhoofd
Zie hydrocefalie]



X



Y



Z

Zwangerschapsbraken
Hardnekkige misselijkheid, uitdroging en braken tijdens de zwangerschap, vooral in het eerste trimester.

Zwangerschapsdiabetes
Het optreden of verergeren van suikerziekte tijdens de zwangerschap.

Zwangerschapsleeftijd
Berekening van de zwangerschapsduur vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie.

Zwangerschapslijn
Bruine verkleuring in de vorm van een donkere lijn tussen het schaambeen en de navel.

Zwangerschapsmasker
Onregelmatige, bruine pigmentvlekken op het gezicht of andere lichaamsdelen.

Zwangerschapsstrepen
Zie striae

Zwangerschapsvergiftiging
Zie pre-eclampsie

Zygote
Resultaat van de versmelting van een zaadcel en een eicel na de bevruchting.



Let op: Alles wat u hier kan lezen is louter informatief bedoeld. In geen geval kunnen deze teksten een bezoek aan de dokter vervangen!